Is pterostilbeen beter dan resveratrol?
Pterostilbeen wordt beter opgenomen dan resveratrol en presteert in lab- en muisonderzoek vaker beter, maar bij mensen is nooit aangetoond dat dit opname-voordeel ook een meetbaar gezondheidsvoordeel oplevert. Kies niet zomaar voor pterostilbeen op basis van beloftes uit dieronderzoek.
Lees het volledige antwoord
Pterostilbeen wordt beter opgenomen in het lichaam dan resveratrol. Dat komt doordat pterostilbeen een iets andere chemische structuur heeft: het is meer vetoplosbaar, waardoor het makkelijker de darmwand passeert en stabieler blijft in het bloed. Meerdere reviews zien dit als een fundamenteel voordeel.
In laboratorium- en dieronderzoek pakt dat voordeel meetbaar uit. Bij dikkedarmkankercellen was pterostilbeen twee tot vijf keer krachtiger dan resveratrol. In muisstudies naar dikkedarmtumoren deed pterostilbeen het ook beter. En omdat pterostilbeen makkelijker de bloed-hersenbarrière passeert, beschermde het in diermodellen ook beter tegen hersenschade door veroudering. Maar dit zijn allemaal lab- en muisbevindingen, geen klinische resultaten bij mensen.
Resveratrol is op sommige punten juist beter. Bij het activeren van een specifiek signaalsysteem dat bloedvatvorming reguleert, scoorde resveratrol hoger dan pterostilbeen in laboratoriumonderzoek. Bij het tegengaan van schadelijke zuurstofmoleculen in witte bloedcellen had resveratrol een breder aanvalsgebied. 'Beter' hangt dus af van welk biologisch proces je bekijkt.
Voor de hersenen is de situatie teleurstellend helder bij resveratrol: klinische studies bij mensen met geheugenklachten of vroeg Alzheimer laten geen beschermend of therapeutisch effect zien. Van pterostilbeen bestaan zulke trials bij mensen nog niet, dus of de betere opname ook een meetbaar voordeel geeft in de praktijk, is onbekend.
Over veiligheid: een kleine pilot bij 30 gezonde mannen zag geen bijwerkingen bij 10 of 100 mg pterostilbeen per dag gedurende 12 weken. Dat is een eerste geruststellend teken, maar de studie was te klein en te kort voor uitspraken over wat langdurig gebruik doet.
Bronnen: negen PMIDs, waaronder reviews, lab- en celstudies, diermodellen en één kleine humane pilotstudie (n=30). Geen grote RCT's of head-to-head klinische trials bij mensen.