Is het slecht voor je brein als je jarenlang te weinig beweegt?
Jarenlang te weinig bewegen gaat gepaard met een duidelijk verhoogd risico op geheugenproblemen en dementie. Meer bewegen, ook al is het licht, is de meest concrete bescherming die je kunt inbouwen.
Jarenlang weinig bewegen verhoogt het risico op cognitieve achteruitgang, dementie en de ziekte van Alzheimer. Dat blijkt uit meerdere systematische analyses van observationeel onderzoek bij ouderen. Het gaat om een duidelijk en consistent verband, al is bewijs voor directe oorzakelijkheid moeilijker hard te maken bij mensen.
Niet alleen te weinig bewegen, ook langdurig ononderbroken zitten speelt een rol. Bij ruim tweeduizend dementievrije ouderen gingen langere aaneengesloten zitperiodes samen met lagere scores op geheugen, verbale vloeiendheid en algehele cognitie. Dit verband bleef bestaan ook bij mensen die verder voldoende beweging kregen. Hersenscans lieten zien dat veranderingen in hersenstructuur een deel van dit verband verklaren, wat suggereert dat sedentair gedrag via de hersenen zelf de cognitie kan beïnvloeden.
Er is wel een nuance: wat je doet terwijl je zit, maakt mogelijk uit. Cognitief actief zitten, zoals lezen of puzzelen, lijkt minder nadelig dan passief zitten voor de televisie. Het bewijs hiervoor is echter nog beperkt en niet sterk genoeg voor harde conclusies.
Het goede nieuws: bewegen helpt aantoonbaar. Regelmatige lichaamsbeweging verbetert leren, geheugen en hersenplasticiteit, zowel bij jongeren als bij ouderen. Dier- en mensenonderzoek wijst op een concreet mechanisme: beweging stimuleert de aanmaak van een groeifactor die hersencellen en hun verbindingen ondersteunt. Zelfs lichte activiteit in plaats van zitten was al genoeg voor betere scores op geheugen en verbale vloeiendheid. De optimale hoeveelheid en soort bewegen staat nog niet precies vast, maar aerobe training en krachttraining hebben allebei positieve effecten laten zien.
Gebaseerd op meerdere systematische reviews, meta-analyses en een grote observationele studie (n=2.019). Het verband tussen inactiviteit en cognitieve achteruitgang is observationeel; directe causaliteit bij mensen is niet sluitend bewezen. De bevindingen over hersenstructuur en de rol van cognitief actief zitten zijn voorlopiger van aard.