Bewegen verbetert de algemene cognitie, het geheugen en uitvoerende functies bij alle leeftijden, met kleine tot matige effectgroottes. Bij mensen met vergevorderde dementie of specifieke subgroepen met geheugenklachten is het voordeel echter niet altijd aantoonbaar in individuele grote trials.
Bewegen heeft een meetbaar positief effect op het brein. De sterkste aanwijzing komt uit een enorme paraplu-analyse van 133 systematische reviews met ruim 258.000 deelnemers en 2.724 gerandomiseerde studies (PMID 40049759). Daarin was de gemiddelde verbetering op algemene cognitie een SMD van 0,42, op geheugen 0,26 en op uitvoerende functies (plannen, focussen, schakelen) 0,24. Dat zijn kleine tot matige effecten, maar ze gelden voor alle leeftijden en zelfs bij lichte intensiteit.
Voor mensen ouder dan 50 jaar is de boodschap vergelijkbaar positief. Een meta-analyse van 36 gerandomiseerde studies vond een gepoolde effectgrootte van 0,29 voor cognitief functioneren (PMID 28438770). Aerobe training, krachttraining, gecombineerde training en tai chi werkten allemaal, waarbij sessies van 45 tot 60 minuten op minstens een matige intensiteit de meeste winst opleverden. Uit andere meta-analyses blijkt dat ouderen relatief het meest profiteren van bewegen, terwijl bij kinderen en jongeren het geheugen en de uitvoerende functies extra sterk vooruitgaan (PMID 37924980, 40049759).
Er zijn ook positieve resultaten bij neurodegeneratieve aandoeningen. In een gerandomiseerde trial bij 130 mensen met de ziekte van Parkinson leidde zes maanden thuisfietsen tot betere hersenconnectiviteit, minder hersenatrofie en verbeterde cognitieve controle vergeleken met een stretchgroep (PMID 34951063). Dit suggereert dat bewegen de achteruitgang van de hersenen mogelijk ook bij een serieuze hersenziekte kan afremmen.
Het beeld is echter niet zonder nuances. Een goed opgezette grote RCT met 585 ouderen van 65 tot 84 jaar die last hadden van geheugenklachten maar nog geen dementie, vond dat 18 maanden intensief bewegen (streefwaarde 300 minuten per week) het geheugen en de uitvoerende functies niet significant meer verbeterde dan de controlegroep (PMID 36511926). Mensen die al vergevorderde dementie hebben, leken in een andere RCT bij 91 patiënten gemiddeld 82 jaar oud ook niet te profiteren van 24 weken loop- en krachttraining op cognitief gebied, hoewel ze wel iets beter liepen tijdens de intensieve fase (PMID 32192537).
Wat betreft trainingsvormen: aerobe training helpt het meest voor de algemene cognitie, krachttraining lijkt het meest effectief voor uitvoerende functies, en mind-body oefeningen zoals tai chi of yoga lijken het meest bij te dragen aan het geheugen (PMID 37924980). Een kleine aanvulling: krachtoefeningen gecombineerd met cognitieve taken tegelijk, zogenaamde dual-task training, leken bij ouderen met cognitieve stoornissen iets meer te helpen dan gewone krachttraining alleen, maar dat bewijs is nog beperkt door kleine aantallen (PMID 38658827). Bewegen is veilig en heeft weinig bijwerkingen, maar het is geen wondermiddel: het effect varieert per persoon, leeftijd en stadium van eventuele cognitieve achteruitgang.
Op basis van één grote umbrella-review (PMID 40049759, 133 systematische reviews, ~258.000 deelnemers), meerdere meta-analyses van RCT's (PMID 28438770, 37924980) en individuele RCT's (PMID 34951063, 36511926, 32192537, 38658827). Twee goed opgezette RCT's (PMID 36511926 en 32192537) laten geen significant effect zien bij specifieke subgroepen, wat een belangrijke kanttekening is bij het verder overwegend positieve beeld.