Helpt vasten of minder eten je geheugen en concentratie?
Vasten kan geheugen en concentratie bij ouderen met insulineresistentie verbeteren, maar het effect verdwijnt als je alleen vast zonder te bewegen, en bij kinderen is het ontbijt overslaan juist nadelig voor de concentratie die ochtend.
Kortdurend vasten volgens het 5:2-schema (twee dagen per week fors minder eten) verbeterde bij oudere volwassenen met insulineresistentie zowel het geheugen als de zogeheten executieve functies, zoals plannen en schakelen tussen taken. Tegelijk daalde de biologische verouderingssnelheid van de hersenen, gemeten via MRI. Op een paar cognitieve maten deed het 5:2-schema het iets beter dan een gewoon gezond dieet. Die vergelijking is wel belangrijk: een deel van de winst kom je al halen met simpelweg gezonder eten, zonder streng vasten.
Bij postmenopauzale vrouwen met obesitas viel het effect echter weg. Twee vastendagen per week gedurende drie maanden leverde geen meetbare cognitieve verbetering op, tenzij de deelnemers tegelijk ook gingen bewegen. Die combinatie pakte wél goed uit. Dit laat zien dat vasten alleen geen wondermiddel is, en dat lichaamsbeweging een groot deel van het werk doet.
Dieronderzoek voegt een waarschuwing toe. Bij oude mannelijke muizen verslechterde het ruimtelijk geheugen door vasten juist, terwijl jongere muizen er baat bij hadden. Of dit patroon ook bij mensen optreedt, is niet bekend. Biochemisch gezien produceert het vastende lichaam ketonlichamen (alternatieve brandstof voor de hersenen) en stijgt een herseleiwit dat de aanmaak van nieuwe zenuwcellen bevordert. Die mechanismen zijn echter grotendeels beschreven in dier- en labstudies en zijn bij mensen nog lang niet zeker bewezen.
Voor kinderen geldt een ander verhaal. Meerdere interventiestudies laten zien dat het overslaan van het ontbijt die ochtend aandacht, werkgeheugen en concentratie verslechtert, met het sterkste effect bij ondervoede kinderen. Bij studenten hangt het overslaan van ontbijt samen met lagere cijfers en tragere reactietijd, al kan een observationele studie geen oorzaak-gevolgrelatie aantonen. Eén grote reviewstudie naar ontbijt werd mede gefinancierd door een ontbijtgraanfabrikant, wat de uitkomsten positief kan hebben gekleurd; de individuele interventiestudies die erin zitten, wijzen toch consistent in dezelfde richting.
Gebaseerd op één kleine RCT bij oudere volwassenen (n=40), één RCT bij postmenopauzale vrouwen met obesitas (n=92), één muizenstudie, één reviewartikel over mechanismen, een systematische review van 45 ontbijtstudies bij kinderen, en één observationele studie bij studenten (n=298). Humane RCT's zijn schaars en klein; dieronderzoek niet direct overdraagbaar naar mensen.