Helpt het innemen van vitamine D tegen kanker?
Als je al genoeg vitamine D in je bloed hebt, helpt extra suppletie waarschijnlijk niet tegen kanker. Heb je een aantoonbaar tekort, laat dat dan corrigeren, maar reken er niet op dat dit je kankerkans significant verlaagt.
Lage vitamine D-spiegels in het bloed hangen in observationeel onderzoek samen met een hogere kans op diverse kankersoorten, waaronder darm-, borst-, blaas- en eierstokkanker. Maar een verband is nog geen bewijs dat suppletie ook echt helpt: mensen met een tekort zijn mogelijk ongezonder om andere redenen, en die verstorende factoren zijn moeilijk uit te sluiten.
Grote klinische trials bij mensen geven een duidelijker antwoord, en dat valt tegen voor suppletie. Een Finse studie bij bijna 2500 ouderen over vijf jaar, waarbij deelnemers tot 3200 IE per dag kregen, zag geen significante daling in kankerincidentie. Het Women's Health Initiative, een van de grootste ooit uitgevoerde trials bij vrouwen, vond evenmin bewijs dat calcium plus vitamine D borst- of darmkanker voorkomt bij postmenopauzale vrouwen.
Er is wel een belangrijk voorbehoud bij die negatieve resultaten. In beide grote trials hadden de deelnemers bij aanvang al gemiddeld voldoende vitamine D in het bloed. Het idee is dat suppletie weinig toevoegt als je geen tekort hebt. Eén systematische review concludeert dat studies die zich specifiek richten op mensen met een aantoonbaar tekort (bloedspiegels onder ruwweg 40 ng/mL) wél een daling in kankerrisico en kankersterfte laten zien. Maar die conclusie komt van één auteur en berust op een selectie van studies, dus de bewijskracht daarvoor is beperkt.
Kortom: als je vitamine D-spiegel normaal is, biedt extra suppletie waarschijnlijk geen bescherming tegen kanker. Of suppletie iets doet bij een echt tekort, is nog niet met zekerheid vastgesteld. Laat je spiegel meten als je twijfelt; zit je ver onder de norm, dan is het zeker zinvol om je tekort aan te pakken, al staat het kankerbeschermende effect daarvan nog niet vast.
Gebaseerd op meerdere observationele studies, twee grote RCTs (FinVit en WHI) en één systematische review. De observationele studies tonen een associatie maar geen causaliteit. De RCTs zijn overwegend negatief, maar hadden mogelijk een selectiebias doordat deelnemers al voldoende vitamine D hadden.