Helpen prebiotica, de vezels voor je goede bacterien, net zo goed als probiotica?
Prebiotica alleen werken in de best onderzochte situaties minder goed dan probiotica. Bij diarree of immuunondersteuning heb je meer aan probiotica, maar ook die effecten zijn kleiner dan vaak gedacht.
Prebiotica en probiotica zijn verwant, maar doen niet hetzelfde. Probiotica zijn levende bacteriën; prebiotica zijn de vezels die deze bacteriën voeden. Voor de best onderzochte toepassingen is het antwoord duidelijk: prebiotica alleen presteren slechter dan probiotica.
Bij acute diarree bij kinderen is het verschil het grootst. Probiotica, vooral de gist Saccharomyces boulardii, verkorten de duur van diarree met 17 tot 40 uur. Combineer je die met zink, dan zijn de resultaten nog beter, zeker in landen met lagere inkomens. Prebiotica alleen lieten in hetzelfde onderzoek geen voordeel zien ten opzichte van placebo of standaardbehandeling. Synbiotica, een combinatie van probiotica én prebiotica, werken wél.
Bij diabetes type 2 is het beeld vergelijkbaar. Een grote analyse van 68 studies liet zien dat prebiotica de bloedsuikerwaarden niet aantoonbaar verbeteren1. Probiotica deden dat wel, maar het effect was klein en klinisch niet relevant genoeg om supplementatie aan te raden2,3.
Bij sporters is er redelijk bewijs dat bepaalde probioticastammen bovenste luchtweginfecties verminderen in aantal, ernst en duur. Ook lijken ze de darmwand te ondersteunen, die bij intensieve inspanning kwetsbaarder wordt4,5. Naar prebiotica bij sporters is nauwelijks onderzoek gedaan, dus een vergelijking is hier simpelweg niet te maken.
Bij orgaantransplantatie en preventie van darmkanker is het bewijs te beperkt of van te lage kwaliteit voor betrouwbare conclusies. Een overzichtsstudie bij nier- en levertransplantatiepatiënten vond geen duidelijk verschil tussen synbiotica en prebiotica alleen, maar de studies waren klein en van zeer lage kwaliteit.
Gebaseerd op twee netwerk-meta-analyses en meerdere gerandomiseerde studies (PMID 30517196, 38134725, 31864419, 36126902, 38551082). Het totale aantal deelnemers is door het gebruik van netwerk-meta-analyses moeilijk precies op te tellen; conservatief geschat gaat het om ruim 5.000 mensen over alle studies heen.