Resveratrol verlengt de levensduur in eenvoudige diermodellen en activeert verouderingsgerelateerde paden, maar verlengt de levensduur van muizen niet en bewijs bij mensen is beperkt en onvoldoende om supplementgebruik te rechtvaardigen.
Resveratrol is een stof die van nature voorkomt in onder andere druivenschillen en rode wijn. In laboratoriumonderzoek met gist, wormen en andere eenvoudige organismen verlengt resveratrol de levensduur met gemiddeld 30 tot 60 procent ten opzichte van het maximum in die modellen. Dat klinkt indrukwekkend, maar het gaat om kleine beestjes met een totaal andere biologie dan mensen, en de vertaling naar de mens is nog lang niet aangetoond.
De werking zou verlopen via zogenaamde sirtuïnes en autofagie, biologische opruim- en herstelprocessen in cellen die ook bij mensen een rol spelen bij veroudering. Resveratrol activeert deze paden in diermodellen herhaaldelijk en betrouwbaar. Ook wordt het onderzocht als 'calorierestrictie-mimeticum': een stof die de gunstige effecten van minder eten zou nabootsen zonder daadwerkelijk minder te hoeven eten. Of dit bij mensen echt zo werkt, is echter nog onbekend.
Bij muizen laat resveratrol gunstige effecten zien op hartfunctie, cholesterol en ontstekingswaarden. Maar hier stuit je op een cruciaal onderscheid: positieve biomarkers zijn niet hetzelfde als langer leven. Muizen die resveratrol kregen, leefden ondanks die verbeterde waarden niet daadwerkelijk langer. Dit is een groot voorbehoud bij alle enthousiaste berichten over dit middel.
Bij mensen is het bewijs beperkt en grotendeels gebaseerd op dierstudies en mechanistische laboratoriumdata. Er is potentieel beschermend effect beschreven voor hart- en vaatziekten, diabetes type 2, kanker en hersenaandoeningen, maar harde conclusies kunnen op basis van de beschikbare mensenstudies nog niet worden getrokken.
Over de veiligheid van langdurig resveratrol-supplementgebruik bij mensen zijn in de gebruikte bronnen geen specifieke gegevens beschikbaar. Er worden geen bijwerkingen of risico's van chronisch gebruik besproken. Dat betekent niet dat het veilig is, maar dat er simpelweg onvoldoende data zijn om daar iets over te zeggen. Voorzichtigheid is op zijn plaats.
Bewijs is gebaseerd op 7 claims met PMIDs uit dierstudies, mechanistische reviews en beperkte mensenstudies. Geen grote gerandomiseerde trials bij mensen beschikbaar in deze bronnen. Veiligheidsdata ontbreken.