Hartkloppingen of een onregelmatige hartslag, wanneer moet ik naar de dokter?
Hartkloppingen zijn meestal onschuldig, maar kunnen ook het begin zijn van een serieuze hartritmestoornis. Heb je ook duizeligheid, pijn op de borst of een duidelijk onregelmatige hartslag, ga dan naar je huisarts in plaats van af te wachten.
Hartkloppingen zijn veelvoorkomend en hebben meestal een onschuldige oorzaak. Stress, te veel cafeïne, slaapgebrek of een psychische spanning kunnen er allemaal achter zitten. Toch kan een onregelmatige hartslag soms het eerste signaal zijn van een ernstige hartritmestoornis of structurele hartziekte, dus volledig negeren is niet verstandig.
Wanneer moet je dan echt naar de dokter? In ieder geval als de hartkloppingen gepaard gaan met duizeligheid, een flauwtegevoel, kortademigheid of pijn op de borst. Ook wanneer je merkt dat je hart echt onregelmatig klopt (niet alleen snel, maar ook 'overgeslagen' of chaotisch), of als de klachten regelmatig terugkomen, is een bezoek aan je huisarts op zijn plaats. Één op de vijf mensen stelde medische hulp te lang uit, ook bij hartklachten. Dat is risicovol, want een tijdig vastgestelde aandoening is beter te behandelen.
Een speciale situatie is atriumfibrillatie, een vorm van onregelmatige hartslag die in aanvallen kan optreden. Hartkloppingen zijn hierbij de meest gerapporteerde klacht. Onbehandeld vergroot atriumfibrillatie de kans op een beroerte aanzienlijk. Dat maakt snelle diagnose hier extra belangrijk.
Ben je sporter en heb je regelmatig hartkloppingen tijdens of na inspanning? Laat het dan altijd controleren. Bij sporters kunnen hartkloppingen een aanwijzing zijn voor een onderliggende hartaandoening die bij een gewone gezonde levensstijl niet naar voren zou komen. Je arts kan met een hartfilmpje (ECG) en eventueel aanvullend onderzoek relatief snel beoordelen of er iets aan de hand is.
Blijkt er geen hartprobleem te zijn, dan is een psychologische achtergrond zoals angst of chronische stress een serieuze mogelijkheid. Die oorzaak is goed te behandelen, maar een arts moet eerst een hartprobleem uitsluiten voordat je die richting opgaat.
Gebaseerd op diagnostische richtlijnliteratuur, een observationele studie over atriumfibrillatie, sportgeneeskundige literatuur en bevolkingsonderzoek. Geen interventie-RCT's beschikbaar voor dit diagnostische vraagstuk; bewijssterkte is 'moderate' voor de signaalwaarde van klachten en de ernst van mogelijke onderliggende aandoeningen.