Erf ik mijn levensverwachting van mijn ouders?
Je erft een biologisch voordeel van langlevende ouders, maar genen verklaren slechts ongeveer 39% van de verschillen in gezondheid. Leefstijl, omgeving en je eigen keuzes bepalen meer dan de helft.
Ja, je erft een deel van je levensverwachting, maar het is lang geen compleet lot. Mensen met minstens één ouder die de 90 haalde, scoorden 31% beter op een maat voor gezondheidsdeficiënties dan mensen van wie beide ouders vóór hun 76e stierven. Genen verklaren daar ongeveer 39% van de variatie in1. Meer dan 60% hangt dus af van andere factoren.
Genetisch onderzoek bevestigt dit plaatje. Wie een hogere genetische aanleg heeft voor versneld biologisch verouderen, heeft ouders die gemiddeld korter leefden. Genvarianten die samenhangen met een hoger opleidingsniveau correleren ook met een langere levensduur, waaruit blijkt dat sommige genen via gedrag of cognitie doorwerken op hoe oud je wordt. Al deze verbanden zijn associatief: geen bewijs van directe oorzaak en gevolg.
Ook telomeerlengte, een biologische verouderingsmarker, wordt deels geërfd. Langere telomeren van de moeder en een hogere vaderleeftijd hingen samen met langere telomeren bij pasgeborenen. Maar angst van de moeder tijdens de zwangerschap, roken, bloedsuiker en vitamine B12-niveau bleken minstens zo relevant. Omgevingsfactoren vóór de geboorte drukken dus al een stempel.
Er zijn aanwijzingen dat stress bij ouders epigenetische sporen achterlaat die aan nakomelingen doorgegeven worden en ziekterisico beïnvloeden2. Dit onderzoek is echter nog grotendeels gedaan bij insecten. De vertaling naar mensen staat wetenschappelijk nog in de kinderschoenen.
Kortom: langlevende ouders geven een biologisch voordeel mee, maar genen zijn geen vonnis. Als jouw ouders vroeg gestorven zijn, betekent dat niet dat jij dat deelt. Roken, bloedsuikerregulatie en stress tijdens de zwangerschap beïnvloeden al de verouderingsmarkers van het ongeboren kind. Meer dan de helft van de variatie in gezondheid en levensduur ligt in jouw eigen handen.
Alle claims zijn gebaseerd op associatief onderzoek: bevolkingsstudies, genetische brede-associatieanalyses en epigenetische studies. Geen enkele studie levert direct bewijs van oorzakelijkheid voor het totale erfelijkheidsaandeel van levensverwachting. De schatting van 39% komt uit één studie (PMID 22986583). Transgenerationele epigenetische overerving bij mensen (PMID 25778758) is nog speculatief.