longevitywatch
← Terug

Welke screenings en check-ups horen bij mijn leeftijd?

Kort antwoord
Welke screenings bij jouw leeftijd horen, verschilt per persoon en situatie, maar een paar concrete ankerpunten zijn goed onderbouwd: vrouwen starten bij voorkeur met jaarlijkse mammografie vanaf 40, darmkankerscreening wordt tegenwoordig aangeboden vanaf 45, en prenatale genetische tests zijn beschikbaar voor alle zwangere vrouwen ongeacht leeftijd.
Hoe hard is dit?
Redelijk bewijs
Gebaseerd op
7 studies
Belangrijkste conclusie

Voor de meeste aanbevolen screenings bestaat een redelijke wetenschappelijke basis, maar er zijn ook opvallende witte vlekken. De aanbeveling om darmkankerscreening al vanaf 45 jaar te starten, loopt vooruit op het bewijs: direct sterftebewijs voor deze jongere leeftijdsgroep ontbreekt nog. Bij follow-upcontroles na borstkanker schieten de huidige leeftijdsgrenzen tekort, omdat individuele factoren zoals behandelingstype minstens zo zwaar wegen. Voor kinderen geldt dat aanbevolen metingen in de praktijk lang niet altijd plaatsvinden, wat betekent dat je als ouder of patiënt zelf het initiatief soms moet nemen.

Laatst herzien: juni 2026

Welke check-ups bij jouw leeftijd horen, hangt sterk af van wie je bent en waar je woont, maar bestaand onderzoek geeft per levensfase concrete handvatten. Bij kinderen van 2 tot 12 jaar wordt bij elk regulier consult aanbevolen om de BMI te meten, de bloeddruk te controleren en op een bepaald moment een bloedvetmeting (lipidenscreening) te doen. Uit een studie1 blijkt dat dit in de praktijk lang niet altijd gebeurt: BMI werd in 77 van de 100 gevallen gemeten, bloeddruk slechts in 33 van de 100, en lipidenscreening zelfs maar in 10 van de 100. Er bestaat dus een grote kloof tussen wat aanbevolen wordt en wat er werkelijk plaatsvindt. Als ouder is het de moeite waard dit bij een consult actief te bespreken.

Voor zwangere vrouwen is prenatale genetische screening inmiddels beschikbaar voor alle zwangere vrouwen, niet langer uitsluitend voor oudere moeders zoals vroeger het geval was. Tests op chromosoomafwijkingen zoals het syndroom van Down, taaislijmziekte en sikkelcelziekte worden nu standaard aangeboden2. Kinderen die geboren worden met het syndroom van Down hebben bovendien hun eigen, leeftijdsspecifieke normen voor ontwikkelingsmijlpalen op het gebied van motoriek, taal, leren en zelfstandigheid, zodat achterstanden vroeg gesignaleerd kunnen worden3.

Voor vrouwen is mammografie op dit moment het enige wetenschappelijk onderbouwde instrument om de sterfte aan borstkanker te verminderen. De American Society of Breast Surgeons adviseert vrouwen met een gemiddeld risico jaarlijks te beginnen vanaf hun 40e levensjaar4. Vrouwen die al eerder borstkanker hebben gehad, krijgen in Nederland follow-upcontroles: jaarlijks onder de 60 jaar, eens in de twee jaar tussen 60 en 75 jaar, en daarna niet meer. Onderzoek laat zien dat deze leeftijdsgrenzen slecht aansluiten bij het werkelijke terugvalrisico; andere factoren, zoals het type behandeling, zijn minstens zo bepalend5. Wie een behandelingsgeschiedenis heeft, doet er goed aan dit individueel met de behandelend arts te bespreken.

Voor baarmoederhalskankerscreening adviseert de Amerikaanse richtlijn (USPSTF) te stoppen na het 65e levensjaar. Uit onderzoek6 blijkt dat vrouwen dit advies overwegend opvolgen: het aandeel dat jaarlijks een uitstrijkje laat maken, daalt met bijna 6 procentpunten zodra ze 66 worden. Opmerkelijk is dat dit effect sterk verschilt per bevolkingsgroep: bij niet-Hispanische Zwarte vrouwen daalde het nauwelijks, terwijl bij hoger opgeleide en nooit-getrouwde vrouwen de daling groter was. Dit wijst erop dat de richtlijn niet voor iedereen even goed aankomt.

Voor darmkankerscreening verlaagde de American Cancer Society in 2018 de aanbevolen startleeftijd van 50 naar 45 jaar, vanwege een stijgende incidentie bij jongere volwassenen7. Er is echter nauwelijks direct bewijs dat screening bij 45- tot 50-jarigen ook daadwerkelijk de sterfte verlaagt, en over mogelijke risico's van routinescreening in deze jongere groep is weinig bekend. Dit is een gebied waar de wetenschap nog niet heeft bijgehouden wat de richtlijnen al voorschrijven: de aanbeveling is er, maar de harde onderbouwing voor deze specifieke leeftijdsgroep ontbreekt nog grotendeels.

Hoe hard is dit?

De claims zijn afkomstig uit observationele studies, richtlijndocumenten en registratiedata (PMID's 39450715, 37182584, 36410354, 31098760, 32510767, 18388816, 39279536). Er zijn geen gerandomiseerde trials of meta-analyses als directe bron beschikbaar. De meeste uitspraken zijn associatief of gebaseerd op richtlijnadviezen, geen experimenteel bewijs. Er zijn geen specifieke leeftijdsgroepen (bijv. 20-40 jaar zonder zwangerschap of bijzondere aandoening) waarvoor de meegegeven claims uitspraken doen.

Was dit een antwoord op je vraag?
Wekelijkse nieuwsbrief

De week in longevity, in je inbox

Elke zondag een selectie van het meest opvallende longevity-onderzoek. Geen hype, geen supplementen-advertenties.