Welke screenings en check-ups horen bij mijn leeftijd?
Welke screenings bij jouw leeftijd horen, verschilt per persoon, maar een paar ankerpunten zijn goed onderbouwd: jaarlijkse mammografie vanaf 40, darmkankerscreening vanaf 45, en genetische prenatale tests voor alle zwangere vrouwen.
Bij kinderen van 2 tot 12 jaar horen bij elk consult een BMI-meting, bloeddrukcontrole en op een bepaald moment een bloedvetmeting. In de praktijk gaat dat lang niet altijd goed: BMI werd in 77 van de 100 gevallen gemeten, bloeddruk maar in 33 van de 100, en de bloedvetmeting slechts in 10 van de 1001. Als ouder is het dus de moeite waard om dit zelf aan te kaarten bij een consult.
Ben je zwanger? Dan is genetische screening nu beschikbaar voor alle zwangere vrouwen, niet alleen voor oudere moeders zoals vroeger. Tests op chromosoomafwijkingen zoals het syndroom van Down, taaislijmziekte en sikkelcelziekte worden standaard aangeboden2. Kinderen met het syndroom van Down hebben eigen leeftijdsnormen voor motoriek, taal en zelfstandigheid, zodat achterstanden vroeg opgespoord kunnen worden3.
Voor vrouwen is mammografie het enige wetenschappelijk onderbouwde middel om sterfte aan borstkanker te verminderen. Het advies voor vrouwen met een gemiddeld risico is: jaarlijks beginnen vanaf je 40e4. Heb je al eerder borstkanker gehad? Dan zijn de huidige leeftijdsgrenzen voor follow-up onvoldoende, want het type behandeling dat je kreeg telt minstens zo zwaar5. Bespreek dit individueel met je arts.
Baarmoederhalskankerscreening mag je volgens de Amerikaanse richtlijn stoppen na je 65e. Dat advies wordt overwegend gevolgd: het percentage vrouwen dat een uitstrijkje laat maken, daalt met bijna 6 procentpunten zodra ze 66 worden. Maar dat effect verschilt flink per bevolkingsgroep6. De richtlijn komt dus niet voor iedereen even goed aan.
Voor darmkankerscreening verlaagde de American Cancer Society in 2018 de startleeftijd van 50 naar 45 jaar, vanwege meer darmkanker bij jongere volwassenen7. Er is alleen nauwelijks direct bewijs dat screening bij 45- tot 50-jarigen ook echt de sterfte verlaagt. De aanbeveling loopt hier voor op de wetenschap.
De claims komen uit observationele studies, richtlijndocumenten en registratiedata (PMID's 39450715, 37182584, 36410354, 31098760, 32510767, 18388816, 39279536). Er zijn geen gerandomiseerde trials of meta-analyses als directe bron. De meeste uitspraken zijn gebaseerd op richtlijnadviezen of verbanden uit data, geen experimenteel bewijs. Voor mensen tussen de 20 en 40 jaar zonder zwangerschap of bijzondere aandoening zijn in deze bronnen geen specifieke uitspraken gedaan.