Baarmoederhalskankerscreening (21-65 jaar) en longkankerscreening bij hoog-risicorokers hebben het sterkste bewijs. PSA-screening heeft een klein voordeel maar brengt concrete schade mee en vereist een persoonlijk gesprek. Bevolkingsbrede mondkankerscreening mist nog voldoende bewijs.
Niet alle gezondheidschecks zijn gelijk. Baarmoederhalskankerscreening is een van de best bewezen screenings die er bestaat. Bij vrouwen van 21 tot 65 jaar verlaagt een uitstrijkje om de drie jaar, of een HPV-test om de vijf jaar, aantoonbaar zowel het aantal gevallen als het aantal sterfgevallen door baarmoederhalskanker. In de VS daalde de sterfte hierdoor van 2,8 naar 2,3 per 100.000 vrouwen. Screenen buiten die leeftijdsgrens (jonger dan 21 of ouder dan 65 bij een goede screeningshistorie) levert geen voordeel op en kan juist schade veroorzaken door onnodige vervolgonderzoeken. De Amerikaanse preventierichtlijn raadt dit expliciet af.
Longkankerscreening met een lage-dosis CT-scan is zinvol, maar alleen voor mensen van 50 tot 80 jaar die roken of gerookt hebben en minstens 20 pakjaar op de teller hebben. Voor deze hoog-risicogroep is er matig maar voldoende sterk bewijs dat jaarlijkse screening de kans op overlijden aan longkanker verlaagt. Er zijn aanwijzingen dat een persoonlijk risicomodel (zoals PLCOm2012) kosteneffectiever is dan vaste leeftijds- en pakjaarcriteria, maar dat is modelmatig onderzoek zonder gerandomiseerde trial. Bevolkingsbrede longkankerscreening voor willekeurige volwassenen is dus niet wat hier wordt aanbevolen.
PSA-screening op prostaatkanker is het meest omstreden van alle besproken checks. Op basis van vijf gerandomiseerde trials met meer dan 721.000 mannen heeft PSA-screening waarschijnlijk geen effect op de totale sterfte. Het voordeel voor prostaatkankersterfte specifiek is klein: bij de gunstigste schatting sterft er 1 man minder per 1.000 gescreende mannen over een periode van tien jaar. Daar staat tegenover dat per 1.000 gescreende mannen modelmatig ruwweg 1 man in het ziekenhuis belandt wegens een ernstige infectie na biopsie, 3 mannen last krijgen van urine-incontinentie, en 25 mannen een erectiestoornis ontwikkelen als gevolg van overbehandeling van niet-gevaarlijke tumoren. Dit is een afweging die iedere man met zijn arts moet bespreken; het is geen eenduidige keuze.
Mondkankerscreening via visuele inspectie bij de tandarts of arts is kosteneffectief bij risicogroepen zoals zware rokers en zware drinkers. Voor de algemene bevolking is er echter slechts één gerandomiseerde trial beschikbaar en is het bewijs dat screening leidt tot minder sterfte zwak en tegenstrijdig. De USPSTF beveelt bevolkingsbrede mondkankerscreening dan ook nog niet aan. Meer onderzoek is nodig.
Op het gebied van borstkanker laat recent onderzoek zien dat een AI-tool na een negatieve mammografie de zeven procent vrouwen met het hoogste risico kan selecteren voor aanvullende MRI. Dit vermindert het aantal gemiste borstkankers. Reguliere MRI voor alle vrouwen is wegens kosten en personeelstekort niet haalbaar. Dit is een veelbelovende maar nog niet breed ingevoerde aanpak.
De claims zijn gebaseerd op meerdere gerandomiseerde trials (waaronder een Cochrane-achtige synthese van 5 RCT's bij PSA met n>721.000), richtlijnen van de USPSTF en American Cancer Society, en modelmatig kosteneffectiviteitsonderzoek. Het bewijs voor baarmoederhalskankerscreening is het sterkst; voor mondkankerscreening en AI-gestuurde MRI-selectie is het bewijs matig tot beperkt.