Moet ik me als man laten testen op prostaatkanker met de PSA-test?
Of de PSA-test zinvol is, hangt af van jouw persoonlijke risico. Mannen van 55-69 jaar met een verhoogd risico, zoals een familiegeschiedenis of zwarte afkomst, hebben de meeste reden om dit met hun huisarts te bespreken.
De PSA-test verlaagt de kans om aan prostaatkanker te overlijden, maar het effect is bescheiden. In de grote Europese ERSPC-studie, met 23 jaar follow-up, stierf de screeningsgroep 13% minder vaak aan prostaatkanker dan de niet-gescreende groep1. In absolute getallen betekent dat: voor elke 456 uitgenodigde mannen werd één dood voorkomen. Ook een eenmalige PSA-uitnodiging leidde na 15 jaar tot een kleine daling van de prostaatkankersterfte, zo bleek uit de Britse CAP-studie2. Op de totale sterfte, dus aan alle oorzaken samen, heeft screenen geen aantoonbaar effect.
Daar staat een serieus nadeel tegenover: overdiagnose. Screenen levert 30% meer prostaatkankerdiagnoses op. Een aanzienlijk deel daarvan zijn trage, laaggradige tumoren die de man zonder screening waarschijnlijk nooit last hadden bezorgd. Toch leiden die diagnoses tot behandelingen, en behandelingen hebben bijwerkingen. Per 1.000 gescreende mannen wordt modelmatig geschat: 1 extra ziekenhuisopname door bloedvergiftiging na biopsie, 3 extra mannen met urineverlies en 25 extra mannen met erectiestoornissen3. Dit zijn schattingen, geen direct gemeten getallen, maar ze laten zien dat de weg van positieve PSA naar biopsie naar behandeling reële schade kan veroorzaken.
Of screenen voor jou de moeite waard is, hangt sterk af van je risicoprofiel. Zwarte mannen krijgen bijna tweemaal zo vaak prostaatkanker als witte mannen (173 versus 97 gevallen per 100.000 in de VS). Daardoor valt de balans voor hen anders uit. Erfelijke factoren bepalen meer dan de helft van het prostaatkankerrisico. Een vader of broer met prostaatkanker verhoogt jouw kans aanzienlijk. Voor mannen met zo'n verhoogd risico kan de weegschaal eerder doorslaan naar screenen.
Internationale richtlijnen en de Amerikaanse USPSTF adviseren mannen van 55 tot 69 jaar daarom niet zomaar een PSA-test te doen, maar dit samen met hun huisarts te beslissen4,5. In dat gesprek komen je leeftijd, familiegeschiedenis en afkomst aan bod. Maar ook: hoe zwaar tíl jij aan de kans op overdiagnose en bijwerkingen, versus de kans op een vermeden dood door prostaatkanker? Er is geen universeel goed antwoord.
Voor mannen van 55-69 jaar met een verhoogd risico zijn er de sterkste aanwijzingen dat een gesprek over PSA-screening zinvol is. Voor mannen met een gemiddeld risico is de baten-schadenbalans minder gunstig. Mannen boven de 70 worden in richtlijnen doorgaans niet meer routinematig uitgenodigd, omdat het voordeel dan verder afneemt en de kans op overbehandeling toeneemt.
Gebaseerd op twee grote gerandomiseerde studies: de ERSPC met 23 jaar follow-up (PMID 41160819) en de Britse CAP-studie met 15 jaar follow-up (PMID 38581198). Verder op een brede meta-analyse (PMID 30185521) en richtlijnbronnen (PMID 40063046, 29406053). De bijwerkingenschattingen zijn modelmatig (PMID 30185521). De ERSPC en CAP samen omvatten honderden duizenden mannen.