Wat is de 'sitting-rising test' en wat zegt die over je levensverwachting?
Een lage SRT-score hangt samen met een aanzienlijk hoger sterfterisico, maar dat betekent niet dat de score je lot bepaalt. Zie hem als een signaal om te werken aan kracht, balans en lenigheid.
De sitting-rising test (SRT) is een eenvoudige zelftest: je gaat zonder hulpmiddelen op de grond zitten en staat daarna weer op, zonder je handen, knieën of andere lichaamsdelen te gebruiken als steun. Elke keer dat je toch een knie, hand of onderarm gebruikt, gaat er een punt van de score af. De maximale score is 10. De test meet in één beweging vier dingen tegelijk: spierkracht, lenigheid, balans en lichaamssamenstelling.
Mensen van middelbare tot oudere leeftijd met de laagste scores (0 tot 4) bleken in een Braziliaans cohort van bijna vierduizend volwassenen van 46 tot 75 jaar over een periode van ruim twaalf jaar ruim zes keer zo vaak te overlijden aan een hart- of vaatziekte als mensen met de hoogste scores. Bij sterfte door alle oorzaken was het verschil ook groot: 42% van de laagste scorers overleed in die periode, tegenover slechts 3,7% van degenen met een perfecte score van 10. Elk punt extra op de schaal hing samen met 21% meer kans om de follow-upperiode te overleven.
Belangrijk voorbehoud: dit zijn verbanden, geen bewezen oorzaken. Mensen met een lage score zijn gemiddeld ouder, minder fit en hebben vaker andere risicofactoren voor vroegtijdig overlijden. De analyses zijn gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht en gewicht, maar niet voor alle mogelijke factoren. Het is dus niet zo dat een lage score je levensverwachting bepaalt; de score weerspiegelt waarschijnlijk een algemenere conditie die samenhangt met gezondheidsrisico's.
De test is daarmee wel zinvol als spiegel: wie moeite heeft met op- en neerkomen van de vloer, kan dat aangrijpen om gericht te werken aan kracht, lenigheid en balans. Dat is los van de test sowieso nuttig voor de gezondheid op langere termijn.
Het bewijs komt uit twee Braziliaanse cohorten (één van ruim tweeduizend en één van ruim vierduizend volwassenen) waarin mensen gedurende respectievelijk zes en twaalf jaar werden gevolgd. De verbanden zijn stevig en consistent, maar het gaat om waarnemingsstudies: niemand werd willekeurig ingedeeld, en oorzaak en gevolg zijn niet te scheiden. De bevindingen zijn niet bevestigd in grote, onafhankelijke studies buiten Brazilië.
Zegt je balans op een been iets over je levensverwachting?
Bij mensen tussen 65 en 80 jaar zegt je balans op één been inderdaad iets over je gezondheidsrisico, maar het is een signaal, geen voorspelling: een slechte score is een reden om aan kracht en balans te werken, niet om je zorgen te maken zonder dat te doen.
Zegt mijn knijpkracht iets over hoe lang ik leef?
Een lage knijpkracht hangt in grootschalig onderzoek samen met een merkbaar hogere kans op vroegtijdig overlijden, al zegt spiervermogen nog meer. Meet je knijpkracht gerust als een van de signalen van je algehele spierfunctie, maar trek er geen harde conclusies uit zonder de rest van je conditie mee te wegen.
Kan je knijpkracht voorspellen hoe lang je leeft?
Knijpkracht is een opvallend sterke voorspeller van levensduur, sterker dan de bloeddruk in sommige grote studies. Of je knijpkracht verbeteren je leven verlengt, is nog niet bewezen, maar het meten ervan geeft al bruikbare informatie over je algehele spierkracht en conditie.
Hoeveel extra levensjaren levert regelmatig wandelen op?
Regelmatig wandelen hangt samen met twee tot zes extra levensjaren, met de grootste winst voor mensen die nu nauwelijks bewegen. Al een half uur per dag maakt een meetbaar verschil.
Hoeveel bewegen heb ik nodig om langer te leven?
De grootste gezondheidssprong maak je al met een beetje bewegen. Van niets naar 150 minuten per week geeft 31% minder kans op vroegtijdig overlijden; daarna neem het voordeel nog wat toe, maar vlakt het af.