Zegt je balans op een been iets over je levensverwachting?
Bij mensen tussen 65 en 80 jaar zegt je balans op één been inderdaad iets over je gezondheidsrisico, maar het is een signaal, geen voorspelling: een slechte score is een reden om aan kracht en balans te werken, niet om je zorgen te maken zonder dat te doen.
Hoe lang je op één been kunt staan, zegt inderdaad iets over je gezondheid en toekomst, maar het is geen simpele ja-of-nee: het verschil zit in wie je bent, hoe oud je bent en welk been je meet. Bij zelfstandig wonende mensen van 65 jaar en ouder blijkt het zwakste been de meest informatieve maat. Wie op dat been korter dan 10 seconden kan staan, heeft ruim twee keer zoveel kans op verlies van zelfstandigheid of overlijden in de daaropvolgende jaren, vergeleken met wie 30 seconden of langer haalt. Wie 10 tot 20 seconden scoort, heeft ook een verhoogd risico, al is dat kleiner. Dit verband bleef bestaan na correctie voor andere gezondheidsfactoren.
Een opvallende bevinding: het meten van alleen je beste been is niet genoeg. Iemand die op het sterkste been prima scoort maar op het zwakste been slecht, heeft toch een verhoogd risico. Met alleen het beste been meten mis je dus een deel van de informatie.
Bij oudere mensen met hart- en vaatproblemen geldt nog een scherpere grens: wie korter dan 3 seconden kan staan, heeft bijna 70% meer kans om te overlijden. In die groep bleek de balanstest zelfs informatiever dan handknijpkracht om lichamelijke achteruitgang op te sporen.
De relatie is echter niet universeel. Bij mensen van 80 en 85 jaar in de algemene bevolking vonden onderzoekers géén zelfstandig verband tussen eenbeenstand en sterfte. Bij die leeftijden bleken loopsnelheid, stapfrequentie en spierkracht betere voorspellers. Dit suggereert dat de test het nuttigst is tussen pakweg 65 en 80 jaar, en minder onderscheidend bij de alleroudsten.
Praktisch: meet je thuis je eenbeenstand met open ogen, dan is dat een redelijk betrouwbare meting. De versie met gesloten ogen is thuis te onbetrouwbaar voor zinvolle conclusies. Een slechte score is geen vonnis, maar wél een aanleiding om te werken aan kracht en balans, en het eventueel te bespreken met je huisarts of fysiotherapeut.
Dit antwoord rust op meerdere studies bij ouderen, waarvan de meeste mensen jarenlang hebben gevolgd zonder iets toe te wijzen of te veranderen aan hun gedrag. Dat betekent dat verbanden gevonden zijn, maar oorzaak en gevolg niet bewezen zijn. De sterkste bevindingen komen uit onderzoek bij zelfstandig wonende 65-plussers. Bij de alleroudsten (80+) spreken de studies elkaar deels tegen: twee afzonderlijke studies bij tachtigers en vijfentachtigers vonden geen zelfstandig verband met sterfte. De onderzoekers die het zwakste been onderzochten beschreven dat als een aanvulling op bestaand onderzoek dat alleen naar het beste been keek.
Hoeveel extra levensjaren levert regelmatig wandelen op?
Regelmatig wandelen hangt samen met twee tot zes extra levensjaren, met de grootste winst voor mensen die nu nauwelijks bewegen. Al een half uur per dag maakt een meetbaar verschil.
Hoeveel langer leef je van een kwartier bewegen per dag?
Al een kwartier matig bewegen per dag hangt samen met gemiddeld 3 jaar langere levensverwachting. Meer doen levert meer op, maar zelfs dit minimum maakt meetbaar verschil.