Wat doet NAD+ voor je hersenen?
NAD+ speelt een biologisch belangrijke rol in hersencellen en daalt met de leeftijd, maar of suppletie via NMN of andere middelen ook bij mensen beschermt, is nog niet overtuigend aangetoond. Wie meer wil weten over NMN-suppletie, doet er verstandig aan de uitkomsten van lopende klinische studies af te wachten voordat er grote conclusies worden getrokken.
NAD+ is een stof die van nature in alle cellen van het lichaam voorkomt, ook in hersencellen. Het is onmisbaar voor energieproductie, het intact houden van DNA, de gezondheid van mitochondriën (de energiecentrales in cellen) en de veerkracht van neuronen bij stress. Bovendien zijn meerdere NAD+-afhankelijke enzymen betrokken bij synaptische plasticiteit: het vermogen van hersenen om verbindingen te versterken of te verzwakken, wat de basis vormt van leren en geheugen1.
Met het ouder worden daalt de NAD+-spiegel in hersenen, bloed, huid, lever en spieren. Dit wordt gezien als een mogelijke verklaring waarom oudere hersenen kwetsbaarder worden voor ziekte en cognitieve achteruitgang. Het is een veel aangehaalde hypothese, maar de precieze oorzaak-gevolgrelatie bij mensen is nog niet volledig bewezen2.
Bij Alzheimer is die link met NAD+ het meest intensief onderzocht, al gaat het vooralsnog vrijwel uitsluitend om dier- en laboratoriumonderzoek. In muizen met gevorderde Alzheimer leidde het herstel van NAD+-huishouding (via het experimentele middel P7C3-A20) tot minder tau-ophoping, minder ontsteking en oxidatieve schade, herstel van de beschermende bloed-hersenbarrière en volledig cognitief herstel. Ook daalde een Alzheimer-biomarker in het bloed. Aparte muisstudies laten zien dat NAD+-suppletie neuro-ontsteking en zogeheten senescentie (beschadigde cellen die schadelijke stoffen blijven afgeven) terugdringt via een immuunsignaleringsroute3,4. Deze uitkomsten zijn indrukwekkend in de muismodellen, maar vertaling naar mensen is nog niet bewezen.
NMN (nicotinamide mononucleotide) is een voorloper van NAD+ die als supplement verkrijgbaar is. In cel- en dieronderzoek verhoogt NMN de NAD+-spiegel en vermindert het ouderdomsgerelateerde processen zoals DNA-schade en neurodegeneneratie. Een specifieke muisstudie laat zien dat NMN de lekkage van de bloed-hersenbarrière bij verouderende dieren tegengaat door NAD+-niveaus in hersenbloedvaten te herstellen5. Menselijke klinische studies met NMN zijn op dit moment klein van opzet of nog gaande; of dezelfde effecten optreden bij gezonde mensen is nog onvoldoende aangetoond2.
Er is ook een bredere context: het lichaam maakt NAD+ aan via een route die begint bij tryptofaan, een aminozuur uit voeding. Tussenstoffen in deze route zijn neuro-actief. Sommige zijn beschermend voor hersencellen, andere zijn neurotoxisch en beïnvloeden een belangrijke receptor voor leren en geheugen. Ontregeling van deze route hangt in diermodellen samen met depressie-achtig gedrag en cognitieve problemen; bij mensen is er een associatie met psychiatrische aandoeningen in de context van ontsteking6. Dit betekent dat NAD+-aanmaak in de hersenen niet slechts een kwantiteitsvraag is, maar ook een kwaliteitsvraag: welke tussenstoffen worden aangemaakt, maakt uit voor de gezondheid van het brein.
Alle claims zijn gebaseerd op de aangeleverde abstracts (PMID 31577933, 37619764, 41435831, 31893583, 37683629, 30980044). Het menselijke bewijs is beperkt tot associatiestudies en kleine trials; de meeste mechanistische en interventiedata komen uit dier- en celmodellen.