Het verschil dat echt telt: af en toe je sleutels kwijt of een naam even niet kunnen vinden hoort gewoon bij ouder worden. Waar je op moet letten is een patroon waarbij iemand steeds vaker recent geleerde dingen vergeet, moeite krijgt met vertrouwde taken of woorden, verdwaalt op bekende plekken, of waarbij de omgeving een verandering opmerkt die ook nog eens lijkt toe te nemen.
Als dat patroon er is, is een doktersbezoek slim, maar niet omdat het per definitie slecht nieuws is. Een deel van de oorzaken van geheugenproblemen, zoals slaaptekort, schildklierproblemen, een tekort aan vitamines of een depressie, is gewoon behandelbaar. Een arts kan dat uitsluiten of aanpakken. En als er wel sprake is van wat men milde cognitieve stoornis noemt, een stadium voorbij normaal ouder worden maar nog geen dementie, dan leidt dat niet bij iedereen tot dementie. Sommigen blijven jarenlang stabiel.
Vroeg laten nakijken geeft dus grip, ook al bestaat er voor de meeste vormen van dementie geen genezing. Je weet dan waar je aan toe bent, behandelbare oorzaken worden niet gemist, en als het nodig is kun je tijdig nadenken over wat je wilt regelen.
Redelijk bewijs , 1 bron(nen); de richting is waarschijnlijk maar niet hard bewezen.