Op het moleculaire niveau van stamcelmutaties verouderen mensen verrassend gelijkmatig, maar op alle andere meetbare niveaus zijn de verschillen enorm: levensverwachting, cognitieve achteruitgang en orgaanveroudering worden sterk bepaald door inkomen, leefstijl, genetica en woonplaats. De onderbouwing komt uit meerdere grote associatieve studies bij mensen, maar niet uit gerandomiseerd onderzoek. Praktisch gezien zijn leefstijlfactoren zoals stoppen met roken en het stabiliseren van de bloeddruk de meest aanwijsbare en aanpasbare hefbomen.
Nee, iedereen veroudert niet even snel. Op moleculair niveau, in stamcellen van de dunne darm, dikke darm en lever, stapelen zich ieder jaar zo'n 40 nieuwe DNA-mutaties op. Dat tempo is verrassend gelijk tussen mensen onderling. Op dit basale niveau is biologische veroudering dus een vrij universeel, regelmatig proces. Wel verschillen de soorten mutaties per weefsel: leverstamcellen hebben een ander patroon dan darmstamcellen, wat het risico op weefselspecifieke ziekten zoals kanker kan beïnvloeden.
Op het niveau van de gehele gezondheid en levensverwachting zijn de verschillen enorm. Wereldwijd varieert de biologische 'verouderingsbelasting' met ruim dertig jaar: een gemiddelde 65-jarige in Japan heeft dezelfde gezondheidsbelasting als een 76-jarige wereldburger, terwijl iemand in Papua-Nieuw-Guinea al op 45-jarige leeftijd vergelijkbaar belast is. Waar je geboren wordt en woont, maakt dus een dramatisch verschil voor hoe snel je biologisch oud wordt.
Inkomen en sociaaleconomische positie spelen een grote rol. In de Verenigde Staten leven de rijkste mannen gemiddeld 14,6 jaar langer dan de armste mannen; voor vrouwen is dit verschil 10,1 jaar. Dit gat werd tussen 2001 en 2014 zelfs groter: de levensverwachting van hogere inkomens steeg met ruim twee jaar, terwijl die van lagere inkomens nauwelijks toenam. Geografische verschillen in levensverwachting bij mensen met lage inkomens hingen sterk samen met rookgedrag, meer dan met toegang tot zorg. Leefstijl is dus een belangrijke verklaring voor regionale ongelijkheid in veroudering.
Ook genetica bepaalt mee hoe snel bepaalde organen verouderen. Zeldzame varianten in genen als ZNF518A en SAMHD1 kunnen het verouderingstempo van de eierstokken aanzienlijk versnellen of vertragen: een beschadigend variant in ZNF518A leidt gemiddeld tot een menopauze die 5,6 jaar eerder intreedt. Soms gaan genetische voordelen gepaard met nadelen elders: een variant die de vruchtbare periode verlengt, verhoogt tegelijk het risico op kanker.
Cognitieve veroudering volgt een vergelijkbaar patroon van ongelijkheid. Bij mensen van middelbare leeftijd (45 tot 64 jaar) hangt een lager inkomen samen met snellere cognitieve achteruitgang, deels via de invloed van de buurt waar iemand woont. Daarnaast blijkt dat niet alleen een chronisch hoge bloeddruk, maar juist sterke schommelingen in de bloeddruk over de jaren cognitieve achteruitgang versnellen. Elke tien procent toename in bloeddrukschommeling gaat gepaard met een meetbaar snellere daling van cognitieve scores.
Gebaseerd op meerdere grote associatieve studies: een mondiale ziektelaststudie (PMID 30851869), een grote Amerikaanse inkomens-levensverwachtingsstudie (PMID 27063997), een stamcelmutatiestoffenstudie bij mensen (PMID 27698416), een genomische studie naar menopauzevariantie (PMID 39261734), en twee cohortstudies naar cognitie bij middelbare en oudere leeftijd (PMID 39177423, 34167328). Geen van de studies is een gerandomiseerde studie; de verbanden zijn associatief.