Klopt het dat je vóór middernacht beter slaapt dan erna?
Een regelmatig slaapritme dat voor middernacht begint hangt samen met betere gezondheidsuitkomsten, maar niet het tijdstip alleen is doorslaggevend: ook slaapduur en regelmaat tellen zwaar mee.
Slapen voor middernacht is niet magisch op zichzelf, maar later inslapen hangt wel samen met slechtere gezondheidsuitkomsten. Bij meer dan tienduizend Britse jongeren zagen onderzoekers dat wie na middernacht insliep, duidelijk meer kans had op overgewicht dan wie voor 22:00 ging slapen. Bij jongens was de kans op overgewicht bijna 1,8 keer zo groot, bij meisjes die rond 23:00 insliepen 1,4 keer zo groot. Later inslapen hing ook samen met meer lichaamsvet en een hogere BMI. Het gaat om observationele verbanden, geen bewezen oorzaak-gevolg.
Tegelijk laat onderzoek bij vrouwelijke universiteitsstudenten zien dat eerder gaan slapen niet automatisch goed slapen betekent. Naarmate het semester vorderde, gingen studenten weliswaar eerder naar bed, maar de slaapkwaliteit en tevredenheid daalden juist. De slaapduur kromp van bijna 9 uur in de zomervakantie naar iets meer dan 7 uur halverwege het semester. Meer vermoeidheid overdag en concentratieproblemen volgden. Kortom: het tijdstip is één puzzelstukje, maar hoe lang en hoe ononderbroken je slaapt, telt minstens zo zwaar.
De biologische verklaring ligt in je interne klok. Je lichaam werkt met een dag-nachtritme dat sterk gestuurd wordt door licht en donker. Wie dat ritme verstoort, slaapt slechter: in Antarctica, waar geen normale dag-nachtcyclus bestaat, vertraagt de biologische klok, wordt de slaap fragmentarisch en vermindert de diepe slaap. Ook melatonine, het hormoon dat het inslapen aanjaagt, speelt hier een rol. Bij een stabiel en regelmatig ritme komt melatonine op het juiste moment los en helpt het de slaap op gang.
Praktisch gezien is de combinatie het sterkst: een vast bedtijdstip dat aansluit bij je biologische klok (voor de meeste mensen eerder dan middernacht), gecombineerd met voldoende slaaptijd. Wie alleen let op hoe laat hij inslaapt maar toch te kort slaapt, heeft er weinig aan.
Alle claims zijn observationeel of mechanistisch; er zijn geen RCT's beschikbaar die het slaaptijdstip als enige variabele manipuleren. De bevindingen bij adolescenten zijn gebaseerd op een grote steekproef (n=10.619), maar oorzakelijkheid is niet bewezen.