Hoe vaak moet je je HbA1c laten meten?
De ideale meetfrequentie verschilt per situatie: bij prediabetes is jaarlijkse controle zinvol, bij diabetes type 2 hangt het effect van meten sterk af van wat je er vervolgens mee doet. Bespreek met je arts hoe vaak meten bij jouw situatie past.
Hoe vaak je je HbA1c moet laten meten, hangt af van je situatie. Heb je nog geen diabetes of prediabetes, dan is er geen vaste richtlijn voor herhaling, maar een eenmalige meting is zinvol als je risicofactoren hebt. Wereldwijd heeft ongeveer 1 op de 3 volwassenen prediabetes, en velen weten dat niet.
Heb je prediabetes (HbA1c tussen 5,7% en 6,4%), dan is jaarlijkse controle verstandig. Elk jaar ontwikkelt ongeveer 10% van de mensen met prediabetes alsnog diabetes type 2. Regelmatig meten geeft je de kans om op tijd bij te sturen met leefstijl.
Bij diabetes type 2 geldt: meten heeft alleen zin als je er ook iets mee doet. Een meta-analyse van 22 studies laat zien dat zelfmeting van je bloedsuiker het HbA1c gemiddeld met 0,30 procentpunt verlaagt. Dat effect is het sterkst bij 8 tot 11 metingen per week, gecombineerd met leefstijlveranderingen. Een Portugese studie van 117 patiënten vond echter geen verband tussen meetfrequentie en HbA1c-uitkomst, wat suggereert dat je ook echt actie moet ondernemen op basis van de cijfers.
Gebruik je een continue glucosemeter (een klein apparaatje dat de hele dag je glucosewaarden bijhoudt), dan maakt de gebruiksduur uit. Wie zo'n meter meer dan 270 dagen per jaar droeg, zag het HbA1c in een jaar met gemiddeld 1,52 procentpunt dalen. Bij mensen die hem minder dan 270 dagen droegen, stopte de verbetering al na zes maanden. Dit was een observationeel onderzoek, dus oorzakelijkheid is niet zeker bewezen.
Hoe vaak je je HbA1c via een bloedprik bij de dokter laat controleren, is iets anders dan dagelijks zelf meten. Voor mensen met goed gecontroleerde diabetes is twee keer per jaar gebruikelijk; bij slechtere controle of medicatiewijzigingen vaker. Bespreek met je arts welke frequentie bij jouw situatie past.
De claims zijn gebaseerd op een combinatie van een meta-analyse (22 studies, SMBG), observationele studies (CGM-gebruik, teststrip-gebruik), een kleine crossover-studie (47 deelnemers, CGM), en een surveillancestudie (404 mensen, pancreaskankerrisico). Er zijn geen grote gerandomiseerde trials over de optimale frequentie van HbA1c-meting zelf bij de huisarts of specialist; die aanbevelingen komen uit klinische richtlijnen, niet uit de aangeleverde claims.