longevitywatch

Hoe meet je insulineresistentie?

Er is geen één beste methode voor iedereen: de clamp is het nauwkeurigst maar alleen haalbaar in een gespecialiseerde setting. Voor praktisch gebruik zijn HOMA of QUICKI uit een nuchtere bloedprik een redelijk startpunt, mits je de uitkomst vergelijkt met populatiespecifieke normen.

De nauwkeurigste methode is de euglycemische hyperinsulinemische clamp. Daarbij wordt insuline intraveneus toegediend terwijl de bloedsuiker kunstmatig stabiel wordt gehouden. Hoeveel glucose het lichaam dan nodig heeft, zegt direct hoe gevoelig het is voor insuline. De methode is het meest betrouwbaar, maar duurt meerdere uren en vereist gespecialiseerde apparatuur. Eén praktisch aandachtspunt: de uitkomst moet worden gecorrigeerd voor spiermassa, niet voor totaal lichaamsgewicht, anders wordt insulinegevoeligheid bij mensen met overgewicht onderschat.

Een stap minder belastend is de orale glucosetolerantietest, waarbij je een suikeroplossing drinkt en vervolgens op meerdere momenten bloed laat prikken. Uit de glucose- en insulinewaarden wordt een index berekend, zoals de Matsuda-index. Dit geeft een redelijke schatting van hoe het lichaam na een maaltijd reageert, maar is minder nauwkeurig dan de clamp. Gemengde maaltijdtests worden hiervoor ook steeds vaker onderzocht.

Voor de dagelijkse praktijk zijn HOMA en QUICKI populairder. Beiden berekenen insulineresistentie uit nuchtere bloedwaarden, zijn goedkoop en eenvoudig uitvoerbaar. QUICKI is uitgebreid vergeleken met de clamp en voorspelt ook het risico op het later ontwikkelen van diabetes. Het nadeel van beide is dat ze niets zeggen over hoe het lichaam na een maaltijd omgaat met insuline. Bovendien zijn de afkapwaarden niet universeel: ze verschillen per leeftijd, geslacht en bevolkingsgroep, dus een 'normaalwaarde' die voor de ene groep geldt, hoeft voor een andere niet te kloppen.

De TyG-index, berekend uit nuchtere triglyceriden en glucose, is nog goedkoper en liet in één kleine studie (99 personen) een redelijke overeenkomst zien met de clamp. Dat is een interessante aanwijzing, maar te vroeg voor brede toepassing als diagnostisch instrument.

Onderbouwing
8 studies · ≈ 99 deelnemers

Alle bronnen zijn reviews of één kleine klinische trial (n=99). Er zijn geen grote gerandomiseerde studies of meta-analyses beschikbaar over de diagnostische vergelijking van meetmethoden. De bewijssterkte is redelijk voor de gouden standaard (clamp), maar matig voor de praktische indices.

Laatst gecontroleerd: augustus 2026 · hoe dit beoordeeld is
Gerelateerde antwoorden
Wat is insulineresistentie en kan ik het terugdraaien?
Ja · Sterk bewijs
Wat zijn de eerste tekenen van insulineresistentie?
Helpt krachttraining tegen insulineresistentie?
Ja · Sterk bewijs
Helpt magnesium tegen insulineresistentie?
Ja · Redelijk bewijs
Welke voeding verbetert je insulinegevoeligheid?
Redelijk bewijs
Wat doet alcohol met je bloedsuiker en insulinegevoeligheid?
Gerelateerd onderzoek
12 aug
Schildklier vertraagt stofwisseling als overlevingsstrategie
06 aug
Lysosomen verouderen met een herkenbaar stofwisselingsprofiel
02 aug
Kindervet stijgt niet: vetmeting corrigeert 42-jaar fout
Staat jouw vraag er niet bij?
Stel 'm, dan zoeken wij het voor je uit.
Stel een vraag
Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte

Twee keer per week het belangrijkste longevity-onderzoek in je inbox.