Hoe gevaarlijk is slaapapneu?
Matige tot ernstige slaapapneu verhoogt je kans op hart- en vaatziekten, diabetes en depressie flink. Behandeling met een CPAP-apparaat vermindert die risico's aantoonbaar.
Slaapapneu is wijdverspreid maar wordt vaak gemist. Wereldwijd heeft naar schatting bijna een miljard mensen er last van. In een grote Zwitserse bevolkingsstudie had bijna de helft van de mannen (49,7%) en ruim een kwart van de vrouwen (23,4%) een matige tot ernstige vorm1,2.
De grootste gevaren zitten bij het hart. Meer dan 15 ademstops per uur verhoogt je risico op kransslagaderziekte, hartfalen, beroerte en hartritmestoornissen significant. Mensen met slaapapneu hadden in één studie bijna twee keer zoveel kans op een beroerte of overlijden, ook als je corrigeert voor roken, diabetes en hoge bloeddruk3,4.
Buiten het hart zijn er meer risico's. Mensen met de zwaarste vormen hadden 60% meer kans op hoge bloeddruk, twee keer zoveel kans op diabetes, 2,8 keer zoveel kans op het metabool syndroom en bijna twee keer zoveel kans op een depressie2. Ook lijkt er een verband met gewrichtsklachten: mensen met artrose van knie, heup of hand lopen zo'n 45 tot 50% meer kans om slaapapneu te ontwikkelen, al is dat nog geen bewezen oorzakelijk verband5.
Heb je naast slaapapneu ook last van slapeloosheid? Dan is je risico nog hoger. Die combinatie, COMISA genoemd, gaf over 15 jaar follow-up een 47% hogere kans op overlijden vergeleken met mensen zonder beide aandoeningen. Opvallend: slaapapneu of slapeloosheid alleen gaf in datzelfde onderzoek geen significant verhoogde sterfte. Juist de combinatie lijkt gevaarlijk6.
Het goede nieuws: behandeling werkt. Een CPAP-apparaat, een masker dat je luchtwegen 's nachts openhoudt, verlaagt de bloeddruk, vermindert hartritmestoornissen en geeft minder slaperigheid overdag. Dat effect treedt op als je het minstens vier uur per nacht gebruikt op meer dan 70% van de nachten4. Vermoed je ademstops? Laat het onderzoeken; vroege behandeling levert echte gezondheidswinst op1,7.
De meeste bewijzen komen uit observationeel en associatief onderzoek; voor de risico-uitkomsten is oorzakelijkheid niet definitief bewezen. Er zijn geen gerandomiseerde trials gebruikt voor de risicoschatting. De effecten van CPAP worden als waarschijnlijk causaal beschouwd, maar zijn niet met precieze getallen onderbouwd in de gebruikte bronnen. Wereldwijde prevalentiecijfers komen uit bevolkingsstudies met brede definities.