Hoe belangrijk is mijn triglyceriden-waarde?
Je triglyceridenwaarde is een serieuze risicofactor. Beoordeel die altijd samen met je HDL-cholesterol, bloedsuiker en buikomvang. Met leefstijlveranderingen is er al veel te winnen.
Triglyceriden zijn vetten in je bloed. De Europese lipidenrichtlijnen (ESC/EAS 2019) erkennen ze uitdrukkelijk als risicofactor naast het bekendere LDL-cholesterol. Geen bijzaak dus, maar een volwaardig onderdeel van je hart-vaatgezondheid1.
Hoge triglyceriden verhogen het risico op hart- en vaatziekten, ook bij mensen die al statines slikken en hun LDL daarmee flink hebben verlaagd. Dit heet het 'resterend risico'. Triglyceridenrijke deeltjes spelen daar waarschijnlijk een oorzakelijke rol in. Bij statinegebruikers met hoge triglyceriden bleek EPA, een specifiek visoliezuur, zowel de triglyceridenwaarden als het aantal hart-vaatziekte-events te verlagen2.
Je triglyceridenwaarde wordt nog informatiever als je die afzet tegen je HDL-cholesterol. Die verhouding heet de AIP (Atherogenic Index of Plasma). Mensen in de hoogste AIP-groep hadden 22% meer kans op hart- en vaatziekten dan de laagste groep (HR 1,22). Een hoge AIP hangt ook samen met het metaboolsyndroom: een combinatie van buikvet, hoge bloedsuiker en hoge bloeddruk3.
Triglyceriden vormen ook de basis van de TyG-index, een maat voor insulineresistentie die triglyceriden en bloedsuiker samenneemt. Een hogere TyG-index hangt samen met 18% meer kans op hart- en vaatziekten over negen jaar4. Combineer je de TyG-index met veel buikvet, dan wordt dat risico nog groter: 75% meer kans vergeleken met de referentiegroep5. Opvallend: mensen met veel buikvet maar een lage TyG-index leken juist het hoogste risico te hebben (HR 1,87). Triglyceriden staan dus nooit op zichzelf. Ook de combinatie van hoge triglyceriden-glucosewaarden met fysieke kwetsbaarheid ging gepaard met sterk verhoogd risico op hart- en vaatziekten en beroerte6,7.
Triglyceriden verlagen via leefstijl is de beste eerste stap: minder suiker, alcohol en bewerkte koolhydraten, en meer bewegen. Blijven de waarden hoog en zijn er ook andere risicofactoren aanwezig, dan is medicamenteuze ondersteuning, zoals EPA bij statinegebruikers, een optie om met je arts te bespreken.
Alle claims zijn gebaseerd op observationele studies en overzichtsartikelen (geen gerandomiseerde trials voor de meeste uitkomsten). De verbanden zijn statistisch robuust maar grotendeels associatief van aard, niet bewezen oorzakelijk, met uitzondering van de triglyceridenrijke lipoproteïnen waar groeiend oorzakelijk bewijs voor bestaat (PMID 33257928). De ESC/EAS richtlijn (PMID 31504418) geeft sterker normatief bewijs. Geen van de studies toont directe schade van behandeling aan.