Helpt een tweede taal of muziek tegen veroudering van het brein?
Dagelijks twee of meer talen spreken lijkt het brein op latere leeftijd te beschermen, met de sterkste aanwijzingen voor mensen die al vroeg in het leven een tweede taal oppikten. Over muziek zeggen de beschikbare studies niets.
Mensen die twee of meer talen dagelijks spreken, hebben op oudere leeftijd gemiddeld een beter cognitief functioneren dan eentaligen. Dat is consistent zichtbaar in meerdere studies met honderden tot duizenden deelnemers. Een Indiase studie bij 60-plussers vond dementie bij 4,9% van de eentaligen versus 0,4% van de tweetaligen. Een grote Europese studie (ruim 86.000 deelnemers uit 27 landen) zag dat meertaligen bijna twee keer zo weinig kans hadden op versnelde biologische veroudering. Een Schots langetermijnonderzoek, waarbij dezelfde mensen op 11-jarige leeftijd en opnieuw op 70-plus werden getest, liet zien dat tweetaligen beter presteerden dan je zou verwachten op basis van hun vroege intelligentie, ook als ze de tweede taal pas als volwassene leerden.
Het mechanisme achter dit voordeel heet cognitieve reserve: het brein van tweetaligen lijkt beter bestand te zijn tegen schade voordat klachten zichtbaar worden. Ze vertonen dementieverschijnselen later, hun cognitie is beter dan je zou verwachten bij vergelijkbare hersenpathologie, en hun achteruitgang verloopt trager in latere stadia.
Wanneer je de tweede taal leert, maakt echter wel uit. In de DELCODE-studie (746 deelnemers) profiteerden mensen die al vroeg in het leven (tussen 13 en 30 jaar) een tweede taal dagelijks gebruikten het meest: ze scoorden beter op geheugen, werkgeheugen en executieve functies. Wie pas op middelbare leeftijd tweetalig werd, had alleen een geheugenvoordeel. Wie pas op latere leeftijd begon, zag geen meetbaar effect meer.
Het bewijs is niet zonder tegengeluiden. De grote Amerikaanse SALSA-studie (1.499 oudere Latinos, negen jaar gevolgd) vond geen beschermend effect van tweetaligheid op de snelheid van cognitieve achteruitgang. Een andere studie bij Mexicaans-Amerikaanse ouderen zag ook geen verband tussen de mate van tweetaligheid en de cognitieve testscore nadat rekening werd gehouden met opleiding en andere factoren. Dit suggereert dat de bevolkingsgroep, het moment van meting en de manier van testen het beeld sterk kunnen beïnvloeden.
Over muziek zijn in de aangeleverde studies geen gegevens beschikbaar, dus dat onderdeel van de vraag kan op basis van dit onderzoek niet worden beantwoord. Wat tweetaligheid betreft: dagelijks actief gebruik telt het zwaarst. Een tweede taal leren zonder die regelmatig te spreken levert waarschijnlijk nog geen cognitief voordeel op.
Acht studies: één grote Europese cohortstudie (86.149 personen), één Schots longitudinaal onderzoek (853 personen), één Duits cohortstudie (DELCODE, 746 personen), één Indiase gemeenschapsstudie (1.234 personen), twee studies bij Mexicaans-Amerikaanse ouderen (SALSA: 1.499 personen; MoCA-studie: 547 personen), één overzichtsartikel over cognitieve reserve en één literatuuroverzicht over executieve functies. Alle humaan observationeel of cross-sectioneel. Geen RCT's. Over muziek zijn geen gegevens aangeleverd.