Helpt apigenine je beter slapen?
Er zijn voorlopige aanwijzingen dat apigenine iets met slaap te maken heeft, maar klinisch bewijs bij mensen ontbreekt volledig. Wil je beter slapen, dan zijn er supplementen met een sterkere onderbouwing dan apigenine; bespreek dit met je arts of apotheker als slaapproblemen aanhouden.
Apigenine zit van nature in planten als kamille en peterselie. Mensen die meer apigenine eten, slapen gemiddeld beter, zo bleek uit een observationele studie onder bijna tweeduizend Italiaanse volwassenen. Maar dat is een verband: mensen die meer apigenine eten, leven misschien ook op andere manieren gezonder. Bij mensen met overgewicht of obesitas was het verband er helemaal niet. Bewijs dat apigenine zelf de oorzaak van betere slaap is, ontbreekt bij mensen nog.
Hoe apigenine op hersenreceptoren werkt, is ingewikkelder dan fabrikanten van supplementen vaak suggereren. Laboratoriumstudies laten zien dat apigenine op de belangrijkste remmende hersenreceptoren (GABA-A, het aangrijppunt van slaap- en kalmeringsmiddelen) een tweeledig effect heeft. Bij hoge concentraties blokkeert apigenine deze receptoren juist, wat het tegenovergestelde van slaapbevordering kan zijn. Bij lage concentraties versterkt het mogelijk de werking van bepaalde kalmerende middelen. Wat dit bij mensen betekent, is niet aangetoond.
De meest concrete slaapresultaten komen uit muisonderzoek. Een combinatie van apigenine en magnesium verlengde de slaapduur bij muizen met 32 tot 44 procent, meer dan elk middel afzonderlijk. Dit klinkt indrukwekkend, maar de vertaling van muisresultaten naar mensen is notoir onzeker. Er zijn geen klinische studies die dit effect bij mensen bevestigen.
Een narratieve review over voedingssupplementen voor slaap noemt apigenine als mogelijke kandidaat, maar presenteert geen eigen klinische data over apigenine alleen. Computermodellen laten zien dat apigenine aan meerdere slaap-gerelateerde eiwitten kan binden, maar dat zijn berekeningen, geen experimenten.
Bronnen: één observationele studie bij mensen (n=1936), meerdere laboratoriumstudies naar werkingsmechanisme, één muisstudie (apigenine+magnesium combinatie), twee narratieve reviews, één computermodellering. Geen gerandomiseerde studies bij mensen.