Zijn emulgatoren en zoetstoffen schadelijk?
Er zijn serieuze aanwijzingen dat veelgebruikte emulgatoren en kunstmatige zoetstoffen het darmmicrobioom kunnen verstoren en mogelijk samenhangen met kanker en andere aandoeningen, maar hard bewijs bij mensen ontbreekt nog grotendeels. Het is verstandig om ultrabewerkte producten met veel van deze toevoegingen te beperken.
Emulgatoren zoals carboxymethylcellulose (CMC), polysorbaat 80 en carrageen verstoren het darmmicrobioom op manieren die darmontsteking kunnen bevorderen. In een kleine gecontroleerde voedingsstudie (16 deelnemers, 11 dagen) leidde dagelijks 15 gram CMC tot meer buikklachten na het eten, minder diversiteit in het microbioom en minder nuttige stoffen in de ontlasting. Bij 2 van de 7 deelnemers die CMC kregen, drongen bacteriën door in de normaal steriele slijmlaag van de darm. Lecithine leek, althans in een laboratoriummodel, weinig schade aan te richten.
Een grote Franse studie onder 92.000 volwassenen vond een verband tussen hogere inname van mono- en diglyceriden van vetzuren (E471) en 15% hoger risico op kanker in het algemeen, 24% hoger risico op borstkanker en 46% hoger risico op prostaatkanker. Carrageen (E407) hing samen met 28% hoger risico op borstkanker. Het gaat hier om samenhang, niet om bewezen oorzakelijkheid. Andere verklaringen, zoals ongezondere eetpatronen bij mensen die veel van deze stoffen binnenkrijgen, zijn niet uitgesloten. Herhaling in andere populaties is nodig.
Kunstmatige zoetstoffen worden in verband gebracht met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en depressie bij volwassenen, en met obesitas bij kinderen. Voor kinderen als geheel is relatief weinig gericht onderzoek gedaan, terwijl zij de grootste consumenten zijn van ultrabewerkt voedsel. Ook azokleurstoffen en natriumbenzoaat zijn gelinkt aan gedragsproblemen bij kinderen, al gaat het om observationele studies en dieronderzoek.
Zowel emulgatoren als zoetstoffen worden ook in verband gebracht met het verergeren van prikkelbaar darmsyndroom en chronische darmziekten zoals de ziekte van Crohn. Het mechanisme loopt waarschijnlijk via het darmmicrobioom, maar hoe dat precies werkt is nog grotendeels onduidelijk. De meeste aanwijzingen komen uit dieronderzoek; bij mensen is het bewijs schaars. Heb je al darmklachten, bespreek je voedingspatroon dan met je arts of diëtist.
Het bewijs voor de schadelijke effecten van emulgatoren op het darmmicrobioom rust op laboratoriumstudies, dieronderzoek en één kleine gecontroleerde voedingsstudie bij mensen. De kankerverbanden komen uit één grote observationele studie, waarbij oorzaak en gevolg niet zijn aangetoond. De verbanden met hart- en vaatziekten, depressie en gedragsproblemen zijn eveneens grotendeels observationeel of uit dieronderzoek. Al met al zijn er meerdere zorgwekkende signalen, maar het bewijs bij mensen is beperkt en causale verbanden zijn voor de meeste uitkomsten nog niet vastgesteld.
Activeert koffie mTOR?
Koffie activeert mTOR niet. Cafeïne remt mTOR juist, en bij mensen is dit mechanisme nog niet rechtstreeks getoetst. Of die remming in het dagelijkse leven iets oplevert, is vooralsnog onbekend.