Wie loopt er echt risico op CTE door herhaalde klappen?
Onderzoek laat zien dat het risico op CTE het grootst is bij mensen die jarenlang intensief aan contactsporten hebben gedaan, en dat het risico toeneemt met het aantal jaren blootstelling. Hoe groot dat risico precies is voor de gemiddelde contactsporter, is nog moeilijk te zeggen omdat studies vooral zijn gedaan bij mensen die al klachten hadden.
Elitesporters in contactsporten als American football, rugby en ijshockey lopen het grootste risico op CTE. Bij hen wordt vaker en ernstiger hersenschade gevonden: obducties van voormalige elitesporters tonen bij 73% CTE-kenmerken, tegenover 44% bij amateursporters. Hoe meer jaren iemand de sport heeft beoefend, hoe groter het risico en hoe ernstiger de schade. Zo'n dosis-responsrelatie is zichtbaar over meerdere sporten en maakt het aannemelijk dat herhaalde klappen de oorzaak zijn, ook al is dit strikt genomen niet in gecontroleerde studies te bewijzen.
Die percentages klinken alarmerend, maar er zit een vertekening in: hersenen worden vaker ter onderzoek aangeboden als de overledene al klachten had. De werkelijke kans op CTE voor een willekeurige contactsporter is daardoor onbekend en waarschijnlijk lager. Eén andere samenvatting van beschikbaar onderzoek vond zelfs géén statistisch significant verschil tussen contact- en niet-contactsporters. De literatuur spreekt zichzelf op dit punt nog tegen.
Het risico beperkt zich niet tot topsporters. In een studie bij gewone donoren (niet geselecteerd op sport) had 15% CTE-kenmerken. Bijna al deze mensen hadden uitgebreide blootstelling aan herhaalde klappen gehad, via sport, militaire dienst of geweld thuis. Contactsporten zijn de bekendste bron, maar niet de enige. Herhaald licht hersenletsel blijft tot nu toe de enige consistent aangetoonde risicofactor; genetische aanleg (zoals het ApoE-gen) bleek in de beschikbare analyses geen doorslaggevende rol te spelen.
Mensen bij wie CTE werd vastgesteld, hadden in bijna vier op de tien gevallen zelfmoord gepleegd. Dat cijfer is moeilijk te interpreteren doordat ook hier selectie een rol speelt, maar het benadrukt hoe ernstig de gevolgen van CTE kunnen zijn. Aanvullend wijst onderzoek erop dat herhaalde klappen ook het risico op andere hersenziekten verhogen, waaronder Alzheimer en ALS, al is dat bewijs nog voorlopig.
Dit antwoord steunt op twee samenvattingen van eerder gepubliceerde studies, een vroege systematische analyse van 153 bevestigde gevallen, en enkele recentere losse onderzoeken, waaronder een gemeenschapscohort. Het bewijs is matig sterk voor elitesporters met lange carrières, en dunner voor niet-sporters. Een groot probleem in alle studies is selectiebias: hersenen worden vaker aangeboden voor onderzoek als er al klachten waren, waardoor prevalentiecijfers de werkelijkheid overschatten. Twee meta-analyses spreken elkaar bovendien tegen over of contactsporten statistisch significant meer risico geven. De onderzoekers zelf benadrukken dat de werkelijke prevalentie van CTE in de bevolking onbekend blijft.
Verhoogt koppen bij voetbal je dementierisico?
Onderzoek bij professionele voetballers laat een verband zien tussen jarenlang veel koppen en een verhoogd dementierisico. Voor recreatieve sporters is dat verband tot nu toe niet gevonden.
Verhoogt veel mobielgebruik het risico op hersentumoren?
Bij normaal gebruik toont het onderzoek geen verhoogd risico op hersentumoren aan; bij gebruik van meer dan tien jaar zijn er zwakke aanwijzingen voor een licht verhoogd risico, maar dat is nog onvoldoende onderbouwd om gedragsaanpassingen op te baseren.
Krimpen je hersenen echt naarmate je ouder wordt?
Je hersenen krimpen inderdaad met het ouder worden, met name in gebieden voor geheugen en planning. Hoge bloeddruk versnelt dat proces, terwijl bewegen en cognitieve inspanning de compenserende activiteit van je hersenen versterken.
Verhogen witte vlekken op de hersenen het risico op dementie?
Duidelijke witte vlekken op een hersenscan verhogen het risico op dementie aantoonbaar, maar niet elke vlek is even zorgwekkend. Laat omvang en locatie beoordelen door je arts om te weten of actie nodig is.
Verhoogt een tekort aan lithium het risico op dementie?
Onderzoek laat zien dat lithiumgebruik samenhangt met minder dementie, en bij vroege geheugenklachten zijn er eerste aanwijzingen dat het cognitieve achteruitgang vertraagt. Of dat ook geldt bij gevorderde dementie is nog onduidelijk.