Kloppen die biologische-leeftijdtesten wel?
Of een biologische-leeftijdtest betrouwbaar is, hangt volledig af van wat hij meet: hersenscan-modellen voor depressie scoren niet beter dan kans, terwijl de bloedtest voor vroeg Alzheimer (fosfo-tau217) in meerdere settings goed presteert.
Hersenscan-gebaseerde modellen voor het opsporen van majeure depressie presteren niet beter dan kans. Onderzoekers trainden maar liefst 4 miljoen machine-learningmodellen op drie typen hersenscans: structurele MRI, functionele MRI en diffusie-tensor imaging. De gemiddelde nauwkeurigheid lag tussen 48% en 62%, terwijl een muntje gooien al 50% oplevert. De verdelingsoverlap tussen mensen met depressie en gezonde mensen bedroeg 87 tot 95%, wat betekent dat de hersenscans van beide groepen nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Op individueel niveau levert zo'n test dus geen bruikbare diagnose op.
Dit grootschalige modelleringsonderzoek laat een breder principe zien: hoge technologische complexiteit, met miljoenen modellen en dure scans, garandeert geen klinische bruikbaarheid. Dat iets indrukwekkend klinkt, zegt niets over of het werkt voor jou als individu. Het is het verschil tussen wat een methode doet in een groep en wat ze vertelt over één specifieke persoon.
Een bloedtest die het eiwit fosfo-tau217 meet als aanwijzing voor de ziekte van Alzheimer laat een heel ander beeld zien. Deze test is gevalideerd in meerdere patiëntgroepen, zowel bij de huisarts als in gespecialiseerde centra, en toont aanzienlijk hogere diagnostische nauwkeurigheid dan de hersenscans voor depressie. Fosfo-tau217 is geen hersenleeftijdtest in strikte zin, maar valt wel onder de bredere categorie van objectieve biologische metingen voor hersenziekte.
Het onderscheid dat telt voor de lezer is dus niet of een test 'biologische leeftijd' heet, maar of de individuele nauwkeurigheid is aangetoond in meerdere onafhankelijke settings. Voor depressie via hersenscans is dat bewijs duidelijk negatief. Voor Alzheimer via bloed-fosfo-tau217 zijn de resultaten gevalideerd en veelbelovend.
Gebaseerd op twee PMID-clusters: PMID 38198165 en 35895072 voor neuroimaging-biomarkers bij MDD, en PMID 38422478 voor plasma fosfo-tau217 bij Alzheimer. Alle claims zijn associatief (geen RCT's), maar de MDD-studie is methodologisch sterk door de extreem grote modelruimte die werd onderzocht.