Biologische-leeftijdtesten op basis van hersenscans voor depressie zijn op individueel niveau onbruikbaar (48-62% nauwkeurigheid). Bloedgebaseerde fosfo-tau217 voor Alzheimer laat wel sterke diagnostische prestaties zien. 'Biologische-leeftijdtest' is geen eenduidige categorie.
Biologische-leeftijdtesten zijn een verzamelnaam voor metingen die proberen te bepalen hoe 'oud' een orgaan of het brein er biologisch uitziet, los van de kalenderleeftijd. De vraag of zulke testen kloppen, hangt sterk af van wát ze meten en voor welk doel.
Voor het opsporen van majeure depressie (MDD) via hersenscans zijn de resultaten ronduit teleurstellend. Onderzoekers trainden maar liefst 4 miljoen machine-learning modellen op drie typen hersenscans (structurele MRI, functionele MRI en diffusie-tensor imaging). De gemiddelde nauwkeurigheid van die modellen lag tussen 48% en 62%. Ter vergelijking: een muntje gooien geeft 50% goed. De verdelingsoverlap tussen patiënten met depressie en gezonde mensen bedroeg 87 tot 95%, wat betekent dat de hersenscans van de twee groepen vrijwel niet van elkaar te onderscheiden zijn. Op individueel niveau levert zo'n biologische-leeftijdtest voor depressie dus geen bruikbare diagnose op.
Dit is een belangrijk waarschuwingssignaal voor de bredere markt van biologische-leeftijdtesten. Hoge technologische complexiteit (miljoenen modellen, dure scans) garandeert geen klinische bruikbaarheid. Voor depressie geldt dat het bewijs sterk is dat zulke neuroimaging-biomarkers niet werken op individueel niveau.
Een heel ander verhaal geldt voor de bloedtest die fosfo-tau217 meet als aanwijzing voor de ziekte van Alzheimer. Die test laat hoge diagnostische nauwkeurigheid zien in meerdere patiëntgroepen, zowel bij de huisarts als in gespecialiseerde centra. Dit is een ander type biologische marker dan een hersenleeftijdtest, maar valt wel onder de bredere categorie van objectieve biologische metingen voor hersenziekte. De resultaten zijn hier aanzienlijk beter.
De conclusie is dus genuanceerd: 'biologische-leeftijdtesten kloppen' is te simpel als antwoord. Het hangt af van de ziekte, het type meting en of de test is gevalideerd voor gebruik op individueel niveau. Voor depressie via hersenscans: nee, niet bruikbaar. Voor Alzheimer via bloed-fosfo-tau217: veelbelovend en gevalideerd in meerdere settings. Consumenten en zorgverleners doen er goed aan per test te vragen naar de bewezen nauwkeurigheid in individuele toepassingen, niet alleen naar gemiddelde groepsresultaten.
Gebaseerd op twee PMID-clusters: PMID 38198165 en 35895072 voor neuroimaging-biomarkers bij MDD, en PMID 38422478 voor plasma fosfo-tau217 bij Alzheimer. Alle claims zijn associatief (geen RCT's), maar de MDD-studie is methodologisch sterk door de extreem grote modelruimte die werd onderzocht.