Verouderde cellen voor het eerst in kaart gebracht
Welke cellen in je lichaam ‘vastlopen’ tijdens het verouderen, en waar precies? Voor het eerst is dat systematisch in kaart gebracht.
Cellen die niet meer delen maar ook niet afsterven, worden soms ‘zombiecellen’ genoemd. De juiste term is senescente cellen (verouderde cellen die hun taak hebben neergelegd). Ze hopen zich op in organen naarmate we ouder worden. Ze scheiden stoffen uit die ontstekingen veroorzaken en omliggende gezonde cellen beschadigen. Dit proces speelt een rol bij ziekten als artritis, kanker en dementie.
Tot nu toe was weinig bekend over waar die cellen zich precies bevinden en hoe ze eruitzien per weefseltype. Het SenNet-netwerk van het NIH heeft dat nu veranderd. Onderzoekers brachten senescente cellen in kaart op het niveau van individuele cellen, met behulp van zogenoemde single-cell analyse en ruimtelijke analyse (technieken die bepalen welk gen actief is in elke individuele cel, en op welke plek in het weefsel).
Meer variatie dan verwacht
Een belangrijke uitkomst is dat senescentie geen uniforme toestand blijkt te zijn. Verouderde cellen verschillen sterk van elkaar, afhankelijk van het celtype en het weefsel waarin ze zitten. De atlas laat zien dat er meerdere duidelijk onderscheiden subtypes bestaan. Dat heeft gevolgen voor hoe toekomstige therapieën moeten worden ontworpen.
Op longevity-gebied is dit relevant omdat vroegere dierstudies lieten zien dat het wegnemen van een derde van de senescente cellen al aanzienlijke gezondheidsbaten geeft bij oude muizen. Een atlas van menselijk weefsel is een stap richting vergelijkbare aanpak bij mensen. De onderzoekers benadrukken overigens dat de huidige bevindingen voorlopig zijn; de atlas is een eerste inventarisatie, geen bewijs voor klinisch succes.
Senalytica nog weinig getest bij mensen
Er bestaan al middelen die gericht senescente cellen aanpakken, zoals de combinatie dasatinib en quercetine. Bij muizen leidt dit tot meetbare verbetering van meerdere ouderdomsziekten. Bij mensen zijn de klinische trials tot dusver echter klein en beperkt in opzet. De nieuwe atlas kan helpen om beter te begrijpen welke cellen en weefsels prioriteit verdienen bij zulk onderzoek.