Werkt mewing echt voor een strakkere kaaklijn?
Er is geen enkel onderzoek dat mewing bij volwassenen heeft getest op een strakkere kaaklijn, en de beschikbare literatuur over kaakvorming bij kinderen biedt geen grond om dit effect bij volwassenen te verwachten.
Mewing, het bewust de tong tegen het gehemelte drukken, is als interventie voor een strakkere kaaklijn nooit direct onderzocht in gecontroleerde studies. Er bestaat simpelweg geen wetenschappelijk onderzoek dat bij volwassenen heeft gekeken of mewing de kaaklijn zichtbaar verandert. Dat is het eerlijke startpunt.
Wat er wel uit de literatuur bekend is: een lage tongpositie en mondademhaling worden in observationeel onderzoek gelinkt aan kaakmisvormingen en scheve gebitsontwikkeling. Dit verband is vastgesteld bij kinderen, maar de studies zijn observationeel van aard en meten geen effect van bewuste correctie achteraf.
Correcte tonghouding en neusademhaling worden in de vakliteratuur beschreven als gunstig voor de kaak- en gezichtsontwikkeling bij kinderen, wanneer die patronen zich nog vormen. Voor volwassenen met een volgroeid skelet liggen de kaarten anders: de beschikbare literatuur stelt dat skeletafwijkingen bij volwassenen nauwelijks reageren op houding alleen, en soms alleen chirurgisch te corrigeren zijn.
Gezonde senioren laten meetbaar verlies zien van spierkracht en mobiliteit in lippen, tong en kaak ten opzichte van jongere volwassenen. Of dat verlies invloed heeft op hoe strak de kaaklijn eruitziet, is echter nooit onderzocht. Het verband met uiterlijk is dus speculatief.
Kortom: de biologische redenering achter mewing is niet uit de lucht gegrepen, maar de stap van 'tonghouding beïnvloedt groeiende botten bij kinderen' naar 'mewing strakker je kaaklijn als volwassene' is wetenschappelijk niet onderbouwd. Wie hoopt op een zichtbare verandering in de kaaklijn als volwassene, kan daar op basis van het beschikbare onderzoek niet op rekenen.
Geen enkele studie in de aangeleverde bronnen heeft mewing als interventie bij volwassenen getest. De beschikbare studies zijn observationeel en gaan over tonghouding, mondademhaling en skeletontwikkeling bij kinderen. Gecontroleerde experimenten bij volwassenen ontbreken volledig.