Mensen met een sterker gevoel van levensdoel leven gemiddeld langer, zoals aangetoond in twee grote studies met follow-up van 12 tot 23 jaar. Het betreft een robuust statistisch verband, maar geen bewezen oorzakelijk verband.
Twee grote Amerikaanse langetermijnstudies (de HRS- en MIDUS-studies) met samen bijna 6.000 deelnemers en een follow-up van 12 tot 23 jaar laten zien dat mensen met een sterker gevoel van levensdoel gemiddeld langer leven. Dit verband bleef overeind nadat de onderzoekers rekening hielden met leeftijd, geslacht, gezondheid en andere factoren die de levensverwachting beïnvloeden.
Het gaat hier uitdrukkelijk om een statistisch verband, niet om bewezen oorzakelijkheid. Met andere woorden: mensen met een levensdoel leven gemiddeld langer, maar de studies bewijzen niet dat het levensdoel zelf de oorzaak is van die langere levensduur. Andere factoren die samenhangen met zowel levensdoel als gezondheid kunnen een rol spelen.
Levensdoel lijkt ook te werken als een soort buffer. Mensen die hun eigen gezondheid als slecht beoordeelden, maar tegelijk een sterk levensdoel hadden, stierven minder vroeg dan mensen die hun gezondheid even slecht beoordeelden zonder dat gevoel van doel. Dit beschermende effect werd gevonden bij de meeste etnische groepen in het onderzoek, maar niet bij Zwarte deelnemers in de MIDUS-studie. Dat is een belangrijk voorbehoud dat de onderzoekers zelf benoemen.
Tot slot is het interessant dat levensdoel de levensduur iets beter voorspelt dan levenstevredenheid (het gevoel dat het leven goed is). Wanneer beide tegelijk werden gemeten, verloor levenstevredenheid grotendeels zijn voorspellende kracht, terwijl levensdoel dat niet deed. Dit suggereert dat het specifiek om het hebben van een richting en betekenis gaat, en niet simpelweg om een positief gevoel over het leven.
Gebaseerd op twee observationele cohortstudies (PMID 38358729 en 37372758) met grote steekproeven en lange follow-up. Geen gerandomiseerde studies beschikbaar; causaliteit is niet aangetoond.