Veroudert je biologische leeftijd 's nachts anders dan overdag?
Je lichaam veroudert 's nachts niet sneller dan overdag, maar de nacht is wel de belangrijkste herstelperiode en die herstelfunctie verslechtert meetbaar met de leeftijd. Reden genoeg om slaap en een regelmatig dag-nachtritme serieus te nemen.
De biologische klok heeft een vaste ingebouwde periode van gemiddeld 24 uur en 11 minuten, en die verandert niet noemenswaardig met de leeftijd. Wat wel verandert, is hoe goed het lichaam dit ritme handhaaft. Naarmate je ouder wordt, neemt de aanmaak van melatonine af, slaap je minder diep, word je 's nachts vaker wakker en verschuift je slaaptijdstip naar eerder op de avond. Veel van deze verschuivingen beginnen al tussen je twintigste en veertigste.
De nacht is normaal gesproken een herstelperiode: het lichaam ruimt celafval op, herstelt DNA-schade en stemt hormoonproductie af. Als het dag-nachtritme verstoord raakt, raken deze processen in de knel. Onderzoekers zien een verband tussen circadiane verstoringen en een verhoogd risico op ziekten die ook typisch zijn voor veroudering, zoals hart- en vaataandoeningen en stofwisselingsproblemen. Of de verstoring de veroudering veroorzaakt of andersom, of allebei tegelijk, is nog niet definitief vastgesteld.
De leeftijdsgerelateerde verzwakking van het dag-nachtritme is tweerichtingsverkeer: het verouderingsproces tast de biologische klok aan, en een verzwakte klok lijkt op zijn beurt het verouderingsproces te versnellen. Dat maakt goede slaap en een regelmatig dag-nachtritme extra relevant naarmate je ouder wordt.
Praktisch gezien zijn er een paar aanpasbare factoren. Blootstelling aan blauw licht van beeldschermen vlak voor het slapengaan verstoort de biologische klok en de slaapkwaliteit. Onregelmatige eetpatronen verstoren ook de interne tijdsafstemming. Omgekeerd kan een langere nachtelijke vastenperiode (niet eten van vroeg in de avond tot de ochtend) beschermend werken voor de stofwisseling. Mensen met een avondchronotype lopen mogelijk een iets groter risico op circadiane ontregeling, al is dat verband niet volledig opgehelderd.
Claims gebaseerd op meerdere humane studies en associatieve onderzoeken; causale richting (veroudering veroorzaakt circadiane ontregeling versus omgekeerd) is nog niet volledig bewezen. Eén gecontroleerd experiment toonde aan dat de intrinsieke klokperiode niet verandert met leeftijd.