Kun je “zombiecellen” opruimen om veroudering te remmen?
In muizen werkt het opruimen van zombiecellen duidelijk, maar bij mensen is gezondheidswinst nog niet bewezen. Het is te vroeg om zelf senolytica te slikken; bespreek het met je arts als je erover denkt.
Senescente cellen, of zombiecellen, zijn cellen die niet meer delen maar ook niet netjes afsterven. Ze blijven hangen en geven ontstekingsstoffen af die het omliggende weefsel beschadigen. Ze opruimen klinkt daarom als een logische manier om veroudering af te remmen.
Bij muizen werkt dat opvallend goed. Haal je de zombiecellen weg, dan verbeteren hun conditie, hun vacht en hun nierfunctie, en soms leven ze zelfs langer. Het idee klopt dus, tenminste in muizen.
Bij mensen is het nog niet zover. Er bestaan middelen die zombiecellen kunnen opruimen, zoals het kankermedicijn dasatinib samen met de plantstof quercetine. In muizen ruimde die combinatie zieke longcellen op, en in een eerste kleine test bij mensen daalde het aantal zombiecellen in vetweefsel. Maar of je je daar ook gezonder door voelt of langer door leeft, is bij mensen niet aangetoond.
Er is nog een addertje: niet alle zombiecellen zijn schadelijk. Bij het genezen van wonden en in de vroege ontwikkeling zijn ze juist nuttig. Ze allemaal tegelijk uitschakelen kan dus ook kwaad. Kortom: veelbelovend in het lab, maar te vroeg om zelf senolytica te slikken.
Alle claims zijn gebaseerd op aangeleverde PMID-bronnen. De meeste klinische aanwijzingen bij mensen zijn beperkt tot celmetingen (geen harde klinische eindpunten). Het meeste mechanistische en causale bewijs komt uit dieronderzoek.