Kun je DNA-schade herstellen of alleen voorkomen?
Je lichaam herstelt DNA-schade actief via meerdere goed bestudeerde mechanismen, maar dat herstel is niet altijd perfect en wordt minder effectief als de cel overbelast raakt of ouder wordt.
Je lichaam herstelt DNA-schade actief, elke dag. Cellen worden voortdurend geraakt door schadelijke invloeden: van binnenuit door bijproducten van de stofwisseling, van buitenaf door straling en chemicaliën. Dit veroorzaakt drie soorten schade: een breuk in één streng van het DNA, een breuk in beide strengen tegelijk, of beschadiging van een enkele bouwsteen. Het lichaam beschikt over robuuste herstelmechanismen die deze schade aanpakken, niet alleen voorkomen.
Hoe zwaarder de schade, hoe langer het herstel duurt. Breuken in beide strengen tegelijk kosten de cel veel meer tijd dan simpelere beschadigingen. Bovendien is dat herstel niet altijd foutloos: soms verdwijnt er een klein stukje DNA permanent. Zulke kleine verliesjes kunnen op den duur bijdragen aan veranderingen in het erfelijk materiaal. Als de herstelmechanismen structureel verstoord raken, stapelt schade zich op. Dat is een bekende aanjager van kankerontwikkeling.
Er is ook een keerzijde. Kankercellen met een extra sterk herstelsvermogen repareren de DNA-schade die chemotherapie toebrengt sneller dan gewone cellen. Dat maakt de behandeling dan minder effectief. Onderzoekers zoeken manieren om dit herstel in kankercellen gericht te remmen.
Het erfelijk materiaal in de energiefabriekjes van je cellen, de mitochondriën, is kwetsbaarder dan het DNA in de kern. Er zijn aanwijzingen dat ook dit DNA hersteld kan worden, maar hoe dat precies werkt is nog veel minder goed begrepen. Ideeën over het overzetten van gezonde mitochondriën als therapie zijn nog volledig hypothetisch. Ten slotte is DNA-herstel geen geïsoleerd proces: de energiehuishouding van de cel bepaalt mede hoe goed het herstel werkt. Vermoeidheid van de cel, bijvoorbeeld door ouderdom of ziekte, kan het herstel daardoor indirect verzwakken.
Gebaseerd op vijf tot tien studies, waaronder mechanistisch en epidemiologisch onderzoek en enkele dier- en celkweekstudies. De kernbevinding dat cellen DNA actief herstellen is robuust aangetoond; de details rond mitochondriaal herstel en therapeutische toepassingen zijn nog vroeg in het onderzoek.