Kan vaginale oestrogeentherapie meer doen dan alleen klachten verlichten, zoals urineweginfecties voorkomen of zelfs je leven verlengen?
Vaginale oestrogeen doet meer dan klachten verlichten: het halveert ruwweg het risico op terugkerende urineweginfecties en vermindert blaasklachten. Of het ook het leven verlengt, weet niemand; dat is nooit onderzocht.
Vaginale oestrogeen vermindert terugkerende urineweginfecties fors: gemiddeld 58% minder infecties vergeleken met placebo, zo laat een meta-analyse van vijf gerandomiseerde studies zien. Een grote cohortstudie met ruim 5.600 vrouwen bevestigde dit: in het jaar na het voorschrijven kregen vrouwen ruim de helft minder infecties. Dat is een concreet en klinisch relevant verschil.
Het werkingsmechanisme is redelijk goed begrepen. Oestrogeen verlaagt de zuurgraad van de vagina aanzienlijk. Die zuurder omgeving is ongunstig voor de bacteriën die urineweginfecties veroorzaken. Dat verklaart waarom juist lokale toediening werkt: orale oestrogeenpillen laten de vaginale omgeving onveranderd en verminderen infecties niet, zo bleek uit dezelfde meta-analyse.
Naast urineweginfecties helpt vaginale oestrogeen ook bij blaasklachten: plotselinge plasaandrang, te vaak plassen en nachtelijk opstaan voor de wc namen allemaal flink af in studies. Ook stressincontinentie, het ongewild verliezen van urine bij hoesten of niezen, verbeterde. Hierbij gaat het vaak om voor-na-vergelijkingen zonder controlegroep, dus de bewijskracht is iets minder sterk dan bij de infectiepreventie.
Niet iedereen profiteert evenveel. Vrouwen van 75 jaar en ouder, en vrouwen met diabetes, blaasretentie of incontinentie, bleven vaker infecties houden ondanks de behandeling. De therapie pakt het onderliggende probleem bij hen kennelijk maar deels aan.
Over levensduurverlenging zijn geen gegevens. Geen van de beschikbare studies keek daarnaar. Dat vraag je dus terecht, maar het blijft op dit moment onbeantwoord. Wat veiligheid betreft: de meeste vaginale preparaten brengen de oestrogeenspiegel in het bloed niet boven de postmenopauzale norm, en afwijkingen aan het baarmoederslijmvlies zijn zeer zeldzaam. Lokale irritatie of een branderig gevoel worden soms gemeld, maar in gerandomiseerd onderzoek was dat niet statistisch vaker dan bij placebo.
Bewijskracht voor UTI-preventie: meta-analyse van 5 RCT's plus een grote retrospectieve cohortstudie (n=5638); voor blaasklachten en incontinentie overwegend voor-na-vergelijkingen en systematische reviews. Geen data over sterfte of levensduur.