Industriële transvetten verslechteren het cholesterolprofiel (sterk bewijs) en verhogen de kans op hartziekten en totale sterfte (matig bewijs). Transvetten uit zuivel en vlees van herkauwers lijken bij normale consumptie niet schadelijk te zijn.
Industriële transvetten zijn kunstvetten die ontstaan bij het gedeeltelijk harden van plantaardige oliën. Ze komen voor in (oudere recepturen van) margarine, gebak, gefrituurde producten en kant-en-klaarmaaltijden. Ze zijn te onderscheiden van transvetten die van nature voorkomen in zuivel en vlees van herkauwers, want die twee groepen gedragen zich biologisch heel anders.
Het duidelijkste en sterkste bewijs betreft het cholesterolprofiel. Gecontroleerde voedingsstudies tonen overtuigend aan dat industriële transvetten tegelijk het slechte cholesterol (LDL) verhogen en het goede cholesterol (HDL) verlagen, terwijl ook triglyceriden stijgen. Dit gecombineerde effect op de zogeheten totaal/HDL-verhouding is ongunstiger dan bij verzadigde vetten en is als oorzakelijk beoordeeld1,2,3.
Op populatieniveau hangen hogere niveaus van industriële transvetinname samen met circa 34% meer kans op overlijden uit alle oorzaken (RR 1.34) en 28% meer kans op overlijden door hartziekten (RR 1.28). Voor industriële transvetten specifiek bedraagt dat laatste 18% (RR 1.18). Elk extra percentage dagelijkse energie uit transvetten ter vervanging van gezonde vetten is gelinkt aan tot 32% hogere kans op een hartinfarct of hartziekteoverlijden. De bewijszekerheid voor deze verbanden wordt als 'matig' beoordeeld, deels omdat het observationele studies betreft. Een recente analyse uit 2025 kent het IHD-bewijs overigens slechts twee van vijf sterren toe, wat aangeeft dat het verband bij lage inname-niveaus zwak en inconsistent blijft4,1,5.
Naast de directe effecten op cholesterol bevorderen industriële transvetten ook ontsteking in het lichaam: markers zoals TNF-alfa, interleukine-6 en CRP zijn verhoogd in studies. Tegelijk beschadigen ze de binnenwand van bloedvaten (endotheeldisfunctie) en activeren ze in levercellen een mechanisme dat de cholesterolproductie opschroeft. Laboratoriumonderzoek laat bovendien zien dat industriële transvetten vet meer naar de lever sturen dan naar normaal vetweefsel, een aanwijzing voor mogelijke leverschade bij hoge inname, al ontbreekt hiervoor nog solide bewijs in grote mensenstudies1,2,6.
Voor diabetes type 2 en insulineresistentie zijn er biologische aanwijzingen, maar in grote meta-analyses is het verband statistisch niet significant (RR 1.10, 95% BI 0.95-1.27). Een klein verhoogd risico op endometriose is gevonden (RR 1.12), maar de studies zijn erg heterogeen en dit verband is zwak. Voor zuiveltransvetten geldt een heel ander verhaal: bij normale consumptie is er geen verband met hartziekten gevonden (RR 0.93), en een specifiek zuiveltransvet (trans-palmitoleinezuur) was zelfs geassocieerd met minder diabetes type 2. De bewijs hiervoor is beperkt, maar het benadrukt dat 'transvet' geen homogene categorie is4,1,6,7.
De claims zijn gebaseerd op meerdere systematische reviews en meta-analyses van cohort- en interventiestudies (o.a. PMID 26268692, 19424218, 18996687, 19916363, 31782488, 40588677, 36138433). De bewijssterkte voor het cholesteroleffect is sterk; voor sterfte en hartziekten matig; voor diabetes, lever en endometriose beperkt. De 2025-analyse (PMID 40588677) maant tot voorzichtigheid over de grootte van het effect bij lage inname.