SGLT2-remmers activeren meerdere verouderingsremmende mechanismen en verminderen aantoonbaar hart- en nierziekten, maar of ze ook daadwerkelijk de biologische veroudering bij gezonde mensen vertragen, is nog niet bewezen in directe trials. Het mechanistische en genetische bewijs is veelbelovend maar nog onvoldoende om dit als bewezen te beschouwen.
SGLT2-remmers zijn diabetesmedicijnen (zoals empagliflozine en dapagliflozine) die de nieren aanzetten overtollige suiker via de urine uit te scheiden. Uit meerdere grote klinische trials blijkt dat ze bij mensen met én zonder diabetes het risico op hartfalen, nierfalen en sterfte door alle oorzaken significant verlagen. Dat is het sterkste en meest directe bewijs dat deze pillen meer doen dan alleen de bloedsuiker verlagen1,2,3.
Onderzoekers ontdekten ook dat SGLT2-remmers op celniveau processen aanzetten die sterk lijken op wat er in het lichaam gebeurt bij caloriebeperking, een bekende manier om veroudering te vertragen. Concreet activeren ze energiesensoren (AMPK en SIRT1) en remmen ze groeisensoren (mTOR en het insuline/IGF1-pad). Dit stimuleert autofagie: het opruimproces waarbij cellen beschadigde onderdelen afbreken en recyclen. Al deze bevindingen komen vooralsnog vooral uit dierenstudies en laboratoriumexperimenten; direct bewijs bij mensen is er nog niet in voldoende mate1,2,3,4.
Een ander verouderingsmechanisme dat SGLT2-remmers lijken te remmen is 'inflammaging': de laaggradige, slepende ontsteking die met ouder worden toeneemt en bijdraagt aan hart- en vaatziekten, dementie en andere ouderdomsaandoeningen. Zowel dier- als mensenstudies laten zien dat de middelen ontstekingsmarkers verlagen, al zijn die studies niet specifiek als anti-verouderingsonderzoek opgezet en is de exacte omvang van het effect niet precies gekwantificeerd2,1.
Een Mendeliaanse randomisatiestudie, waarbij genetische varianten worden gebruikt als proxy voor levenslange SGLT2-remming, vond een verband met een langere levensduur (gemiddeld 6,2 jaar langer leven voor de vader per standaarddeviatie verlaging van HbA1c) en betere cognitie. Een groot deel van het cognitieve effect liep via veranderingen in hersenstructuur. Dit klinkt indrukwekkend, maar de methode heeft serieuze beperkingen: het is geen directe meting van mensen die het medicijn innemen, en genetische benaderingen kennen eigen onzekerheden. De bevindingen zijn interessant maar nog verre van bewezen5.
In een zeer grote Taiwanese studie (meer dan 280.000 patiënten) bleek dat SGLT2-remmers de nieren beter beschermen dan GLP-1-agonisten (een andere populaire diabetesmedicijn), ook bij kwetsbare ouderen. Het risico op dialyse of niertransplantatie was bij GLP-1-gebruikers 2,4 tot 3,9 keer hoger dan bij SGLT2-gebruikers, afhankelijk van hoe kwetsbaar de patiënt was6. Twee punten van voorzichtigheid verdienen aandacht. Ten eerste is er nog geen goed onderzoek naar hoe SGLT2-remmers samenwerken met lichaamsbeweging, terwijl bekend is dat sommige anti-verouderingsmiddelen de gezondheidsvoordelen van sport kunnen tegenwerken als ze op dezelfde dag worden ingenomen7. Ten tweede suggereert één reviewartikel dat voedingssupplementen de werking van SGLT2-remmers zouden kunnen versterken, maar dit bewijs is zwak én de auteurs hebben financiële belangen in supplementenbedrijven, wat de objectiviteit ondermijnt8.
De claims zijn gebaseerd op grote klinische trials (hart- en nieruitslagen), één grote observationele studie (Taiwan, n=280.000+), Mendeliaanse randomisatie, mechanistische/preklinische studies en een review met mogelijke belangenverstrengeling. Er zijn geen gerandomiseerde trials die levensduur of biologische veroudering als primair eindpunt hebben gebruikt. Meta-analyses zijn niet als directe bron aangeleverd; wel zijn grote trials meegenomen.