Hersencellen gedragen zich anders bij mannen en vrouwen — en dat verschil is groter dan gedacht
Mannen en vrouwen hebben grotendeels hetzelfde brein, maar op celniveau zijn de verschillen verrassend groot.
Gepubliceerd in Science, analyseerde de studie genexpressie — welke genen actief zijn en in welke mate — in de menselijke hersenschors, uitgesplitst per celtype en per geslacht. De hersenschors is de buitenste laag van de hersenen, verantwoordelijk voor hogere functies zoals geheugen, taal en besluitvorming. De onderzoekers ontdekten dat sekse-effecten op genexpressie sterk variëren per celtype: wat geldt voor neuronen geldt niet noodzakelijkerwijs voor astrocyten, microglia of oligodendrocyten — de andere celtypes die de hersenen bevolken.
Dat klinkt technisch, maar de implicaties zijn concreet. Alzheimer, Parkinson, depressie en schizofrenie vertonen allemaal sekseverschillen in prevalentie, ziekteverloop of respons op behandeling. Die verschillen werden tot nu toe vaak toegeschreven aan hormonen of gedrag. Deze studie suggereert dat een deel van de verklaring dieper ligt: in de basale genactiviteit van specifieke hersenceltypen zelf.
Microglia als opvallend voorbeeld
Microglia zijn de immuuncellen van het brein — ze ruimen afval op, reageren op schade en spelen een rol bij het snoeien van verbindingen tussen neuronen. Ze staan sterk in de belangstelling van Alzheimer-onderzoekers, mede omdat veel genetische risicofactoren voor Alzheimer sterk tot expressie komen in microglia. De nieuwe studie toont aan dat microglia ook een van de celtypes zijn met de sterkste sekse-effecten op genexpressie. Dat kan helpen verklaren waarom vrouwen een hoger risico hebben op Alzheimer, en waarom de ziekte bij vrouwen anders verloopt.
Voor de longevity-wetenschap is dit onderzoek om meerdere redenen relevant. Ten eerste bieden de bevindingen een biologische basis voor het geslachtsspecifiek aanpassen van therapieën die zijn gericht op hersenziekten die sterk met veroudering samenhangen. Ten tweede benadrukt de studie het belang van het includeren van beide geslachten in neurowetenschappelijk onderzoek — iets dat historisch gezien ernstig tekortschoot. Veel van wat we dachten te weten over het menselijk brein is gebaseerd op mannelijke proefdieren of onevenwichtig samengestelde proefpersonengroepen.
Beperkingen en open vragen
De studie analyseerde postmortaal hersenweefsel, wat inherente beperkingen heeft: het biedt een momentopname, geen dynamisch beeld. Hoe deze geslachtsverschillen in genexpressie zich ontwikkelen met de leeftijd — en of ze veranderen rondom de menopauze of door andere hormonale verschuivingen — is nog niet onderzocht. Dat is een cruciale volgende stap, zeker gezien het feit dat het risico op Alzheimer bij vrouwen sterk stijgt na de menopauze.