Een nieuw medicijn tegen ontsteking haalt de eerste menselijke test
Een klein molecuul dat een van de centrale ontstekingsmotoren in het lichaam blokkeert heeft de eerste klinische test bij mensen doorstaan.
BioAge Labs meldde positieve resultaten uit een fase 1-studie met BGE-102, een nieuwe remmer van het zogenoemde NLRP3-inflammasome. Dat is een moleculair alarm- en reactiesysteem in immuuncellen dat, als het chronisch geactiveerd blijft, bijdraagt aan schade aan weefsels en organen. NLRP3-activiteit wordt in verband gebracht met Alzheimer, type 2 diabetes, jicht, hartfalen en met inflammaging: de laag-gradige chronische ontsteking die kenmerkend is voor het verouderende lichaam.
De fase 1-studie had als primair doel veiligheid en verdraagbaarheid te testen, niet effectiviteit. Maar de data laten zien dat BGE-102 goed verdragen werd bij de geteste doseringen, ook in een cohort dat 21 dagen lang 60 mg per dag innam. Dat is een belangrijke drempel: veel veelbelovende middelen stranden op bijwerkingen bij langdurig gebruik, nog voordat ze ooit bij patiënten worden ingezet.
Waarom NLRP3 zo interessant is voor veroudering
NLRP3 is niet willekeurig gekozen als doelwit. Het inflammasome remt de productie van twee krachtige ontstekingscytokines — IL-1β en IL-18 — die bij overactiviteit weefselschade veroorzaken. Met het ouder worden raken deze systemen chronisch geactiveerd, een proces dat deels wordt aangestuurd door ophoping van celafval en metabole stress. Diermodellen laten zien dat het remmen van NLRP3 de schade die voorkomt uit ontstekingen vermindert. In sommige gevallen werd zelfs de levensduur verlengd.
Wat BGE-102 onderscheidt van eerdere NLRP3-remmers is de combinatie van kenmerken: het is oraal beschikbaar (als pil te slikken) en het kan de bloed-hersenbarrière passeren. Dat laatste is cruciaal als het middel ooit ook neuro-inflammatie moet aanpakken, de ontsteking in het brein die centraal staat bij Alzheimer en andere neurodegeneratieve aandoeningen.
Van fase 1 naar werkzaamheid: nog een lange weg
Een positieve fase 1-studie is nog geen bewijs dat het middel werkt bij patiënten. Het is het begin van een traject. De volgende stap zijn fase 2-studies, waarbij effectiviteit in specifieke patiëntengroepen wordt getest. BioAge richt zich primair op metabole aandoeningen, maar de bredere implicaties voor verouderingsbiologie zijn evident. Hoe snel dat traject loopt, en of het uiteindelijk leidt tot een goedgekeurd middel, hangt af van financiering, patiëntselectie en de uitkomst van trials. Die kunnen nog jaren op zich laten wachten.