Darmbacterie beschermt longen tegen littekenvorming
Longfibrose is een ernstige aandoening waarbij longweefsel langzaam verhardt en onherstelbaar beschadigt. Onderzoekers ontdekten dat een specifieke darmbacterie dit proces in muizen aanzienlijk kan afremmen.
Longfibrose (pulmonaire fibrose) ontstaat doordat herhaalde beschadiging van longweefsel cellen activeert die te veel bindweefsel aanmaken. Daarbij speelt collageen een centrale rol: het structuureiwit dat normaal steunfunctie heeft, hoopt zich bij fibrose op in de longblaasjes. De onderzoekers, wier bevindingen verschenen in het tijdschrift Aging Cell, gebruikten een bacteriestam genaamd L9, afkomstig van honderdjarigen. Ze gaven deze bacterie aan muizen tussen 15 en 24 maanden oud.
Collageen daalde met 40 procent
Zonder ingrijpen ontwikkelden muizen van 24 maanden intensieve longfibrose. Bij de muizen die L9 hadden gekregen, was de totale fibrosegraad slechts 70% van die in de controlegroep. De hoeveelheid collageenvezels daalde met 40%. Dat effect liep via een verlaging van PINP, een voorloper in de aanmaak van collageen, en een daling van het enzym LOX, dat collageenvezels aan elkaar knoopt.
De bacterie stuurde deze veranderingen via de darm-longas: een route waarbij stofwisselingsproducten van darmbacteriën in de bloedbaan terechtkomen en zo organen elders in het lichaam beïnvloeden. Dat is dezelfde route waarlangs darmbacteriën ook met de hersenen en het immuunsysteem communiceren.
Veroudering maakt longen gevoeliger
De studie liet ook zien dat oudere mensen al meer collageenafzetting in hun longen hadden, zelfs als die als normaal werden beschouwd. Genen die betrokken zijn bij de aanmaak van stoffen in de extracellulaire matrix (het steunweefsel tussen cellen) waren sterker actief in oudere longmonsters. Dat wijst erop dat veroudering zelf longweefsel kwetsbaarder maakt voor fibrose, nog voordat ziekte optreedt.
De bevindingen zijn voorlopig en gelden tot nu toe alleen voor muizen. Of L9 bij mensen vergelijkbare effecten heeft, is nog niet onderzocht. Voor een longevity-perspectief is interessant dat een darmmicrobe via een indirecte route leeftijdsgebonden schade aan een ander orgaan lijkt te kunnen beperken, maar de onderzoekers zelf zijn voorzichtig over de bredere implicaties.