Maakt koolhydraatarm eten verschil voor buikvet?
Koolhydraatarm eten helpt waarschijnlijk bij buikvet, maar het effect hangt sterk af van hoe streng je het aanpakt en of je tegelijk ook minder calorieën eet. Wil je gericht buikvet aanpakken, dan lijkt een tijdvenster voor je maaltijden of een combinatie van strategieën effectiever dan alleen koolhydraten minderen.
Een extreem koolhydraatarm ketogeen dieet met tegelijk fors minder calorieën vermindert buikvet duidelijk sterker dan een gewoon laagcalorisch dieet. In twee gerandomiseerde studies bij mensen met obesitas was de afname van visceraal vet na twee maanden twee tot drie keer zo groot: gemiddeld zo'n 32 tot 39 cm² minder visceraal vet tegenover ongeveer 12 tot 13 cm² in de gewone dieetgroep. Ook levervet daalde aanzienlijk meer. De kanttekening is belangrijk: dit dieet combineert tegelijk strenge koolhydraatbeperking én veel minder calorieën. Het is dus niet duidelijk hoeveel de koolhydraatbeperking zelf bijdraagt.
Een gewoon koolhydraatarm dieet, zonder die extreme caloriebeperkingen, pakt buikvet minder goed aan. In een gerandomiseerde studie bij mensen met metabool syndroom daalde het lichaamsgewicht en het onderhuidse vet wel bij koolhydraatbeperking, maar het viscerale vet niet. Tijdgebonden eten (eten beperken tot een venster van 8 uur per dag) bleek effectiever voor buikvet, zeker gecombineerd met koolhydraatbeperking.
Voor mensen met een vette lever liggen de resultaten iets gunstiger. Een kleine gerandomiseerde studie liet zien dat een koolhydraatarm, vezelrijk dieet na twee maanden wel significante vermindering gaf van visceraal vet, gewicht en buikomtrek. De studie telde 44 deelnemers, dus de bevindingen zijn voorlopig.
Studies die koolhydraatbeperking combineren met andere aanpassingen, zoals anders eten of meer bewegen, laten wel gewichtsverlies en kleinere buikomtrek zien, maar je kunt dan niet meer isoleren wat de koolhydraatbeperking zelf deed. Een observationeel onderzoek in een Canadese kliniek zag na een jaar gemiddeld 9% gewichtsverlies bij een combinatie van koolhydraatbeperking, periodiek vasten en bewegen, maar 62% van de deelnemers haakte voortijdig af.
Dit antwoord rust op meerdere gerandomiseerde studies, twee observationele onderzoeken en twee niet nader geïndexeerde studies. De sterkste bevindingen komen uit gerandomiseerde studies, maar de deelnemersaantallen zijn klein (22 tot 128 mensen) en de studieduur kort (zes weken tot twee maanden). Het onderscheid tussen effect van koolhydraatbeperking en effect van caloriebeperking is in de meeste studies niet te maken. De onderzoekers van de VLCKD-studies rapporteerden een duidelijk verschil in visceraal vet, maar erkennen dat zowel de extreme caloriebeperkingen als de koolhydraatbeperking een rol spelen. Bewijs voor het koolhydraatarme dieet ál bij buikvet, zonder andere aanpassingen, is daarmee dun.
Verhoogt een tekort aan lithium het risico op dementie?
Mensen in gebieden met meer lithium in drinkwater krijgen minder vaak dementie, maar of een tekort dementie daadwerkelijk veroorzaakt is niet bewezen. Als je je zorgen maakt over dementierisico, bespreek het dan met je arts in plaats van op eigen houtje lithium te slikken.
Hoeveel lithium heb je dagelijks nodig?
Er is geen officiële dagelijkse aanbeveling voor lithium; wetenschappers noemen 1 mg per dag als voorzichtige richtlijn, maar bewijs voor voordelen bij gezonde mensen ontbreekt grotendeels, dus suppletie is vooralsnog niet onderbouwd.