Hersengolven tijdens rust veranderen meetbaar bij ouder worden
Hoe het rustende brein elektrisch actief is, verandert naarmate mensen ouder worden. Onderzoekers slaagden er nu in dat patroon betrouwbaar te meten en te herhalen over meerdere onafhankelijke datasets.
Het brein is nooit echt stil. Zelfs in rust produceert het voortdurend elektrische signalen, zichtbaar als hersengolven via EEG of MEG (magnetische meetapparaten die hersenactiviteit registreren). Veranderingen in die rustactiviteit zijn al langer in verband gebracht met hersenveroudering. Maar de literatuur was tot nu toe versnipperd: verschillende onderzoekers maten verschillende frequenties op verschillende plekken in het hoofd, waardoor het lastig was de bevindingen samen te voegen. De studie, gepubliceerd in eLife, brengt daarin verandering.
Een volledig frequentieprofiel van het ouder wordende brein
De onderzoekers maakten gebruik van een methode die het volledige frequentiesignaal van het brein tegelijk analyseert, over alle hersengebieden. Ze pasten die toe op meerdere open-access MEG-datasets en stelden vast dat het verouderingseffect op de hersengolven herhaaldelijk terugkwam over die afzonderlijke datasets. Dat is een belangrijk teken van betrouwbaarheid. Niet alle frequenties veranderden in gelijke mate: sommige onderdelen van het signaal lieten grotere leeftijdseffecten zien dan andere. Dat betekent volgens de auteurs dat onderzoekers die toekomstige studies plannen, goed moeten nadenken over welk deel van het signaal ze willen meten, want de statistische kracht verschilt sterk per frequentieband.
Grijze stof en leeftijd zijn moeilijk te scheiden
Een bijkomende bevinding raakt aan een methodologisch probleem dat breder speelt in de neurowetenschappen. Wanneer de onderzoekers het volume van grijze hersenstof meenamen als variabele in hun analyse, verminderde het meetbare leeftijdseffect op de hersengolven gedeeltelijk. Grijze stof neemt af met de leeftijd, waardoor de effecten van neuronaal verlies en leeftijd zelf lastig van elkaar te onderscheiden zijn. Een studie die leeftijdseffecten wil meten, kan daardoor ondervermogen raken als die variabele niet goed wordt meegenomen. De auteurs pleiten voor gestandaardiseerde rapportage zodat resultaten van verschillende studies gemakkelijker samen te voegen zijn in meta-analyses.
Het onderzoek levert geen nieuwe therapie op, maar het maakt de weg vrij voor betrouwbaardere klinische maten van hersenveroudering. Voor longevity-onderzoek is dat relevant: als je wilt weten of een behandeling het verouderende brein beschermt, heb je eerst een meting nodig die herhaaldelijk hetzelfde resultaat geeft.
Zoektermen om zelf verder te onderzoeken: MEG hersenveroudering frequentiespectra | rustende hersenactiviteit elektrofysiologie leeftijd | grijze stof volume neurale veroudering