Hart- en vaatrisico verdubbelt in de overgang
Vrouwen in de overgang hebben twee keer zo veel kans op een slechte hartgezondheid als vrouwen die de menopauze nog niet hebben bereikt. Dat is niet een klein verschil.
De menopauze is meer dan het einde van de vruchtbare fase. De hormonale veranderingen die ermee gepaard gaan, raken het hele lichaam. Oestrogeen beschermt bloedvaten tegen beschadiging en ontsteking. Zodra de oestrogeenspiegel daalt, neemt dat beschermende effect af. Het hart en de vaten zijn dan kwetsbaarder dan voorheen.
De onderzoekers vergeleken drie groepen vrouwen: voor de overgang, tijdens de overgang (perimenopauze) en erna. Vrouwen in de perimenopauze scoorden significant slechter op een samengestelde maat voor hart- en vaatgezondheid. Dat gold ook na correctie voor leeftijd, wat betekent dat de overgang zelf, en niet alleen ouder worden, de risicofactor is.
Niet alleen lichamelijk
De onderzoekers keken naar meerdere factoren tegelijk: bloeddruk, bloedsuiker, cholesterol, gewicht en beweeggedrag. Op bijna elk onderdeel scoorden vrouwen in de perimenopauze slechter dan hun jongere tegenpolen. Dat patroon bleef zichtbaar in de postmenopauze, maar de grootste sprong trad op tijdens de overgang zelf.
Dit is relevant voor preventie. Als het risico al stijgt tijdens de overgang, en niet pas erna, dan is dat het moment om in te grijpen. Toch richt de meeste medische aandacht zich op postmenopausale vrouwen. De overgangsperiode zelf wordt daardoor onderschat als risicovenster.
Wat dit betekent voor de praktijk
De bevindingen pleiten voor vroeger screenen op hart- en vaatrisico bij vrouwen. Niet pas na de menopauze, maar al zodra de overgang begint. Bloeddruk, cholesterol en bloedsuiker monitoren in deze fase kan helpen om problemen vroeg te signaleren.
Vrouwen zelf melden tijdens de overgang vaak klachten die niet als hartgerelateerd worden herkend: vermoeidheid, slaapproblemen, stemmingswisselingen. Toch kunnen dit vroege signalen zijn van cardiovasculaire veranderingen. Meer aandacht voor deze fase in de reguliere zorg is dan ook hard nodig.