Gentherapievirus kan bij sommige patiënten tumoren veroorzaken
Het virus dat het meest wordt gebruikt om genen bij patiënten af te leveren, stond jarenlang te boek als veilig. Nu laat een reeks gevallen zien dat het in bepaalde situaties kanker kan veroorzaken.
Adeno-geassocieerde virussen (AAV’s) zijn kleine virussen die worden gebruikt om een werkende kopie van een defect gen bij patiënten in te brengen. Ze worden ingezet bij aandoeningen zoals spinale musculaire atrofie, een ernstige spierziekte. Wereldwijd zijn al duizenden patiënten behandeld met AAV-gebaseerde gentherapieën.
Jarenlang discussieerden wetenschappers over de vraag of AAV’s kanker konden veroorzaken. De onderzoekers en artsen die de gevallen beschreven, zeggen dat de bewijzen uit dit jaar sterk genoeg zijn om die vraag te beantwoorden: ja, AAV’s kunnen in bepaalde gevallen tumoren veroorzaken.
Hoe groot is het risico?
Hoe vaak dit precies voorkomt en welke factoren het risico bepalen, is nog niet vastgesteld. Het gaat om een reeks gerapporteerde gevallen, niet om een systematische studie in een representatieve groep. Het tumorrisico moet worden afgewogen tegen het voordeel van de gentherapie zelf, die bij sommige aandoeningen levensreddend is.
Een neuroloog van de Universiteit van Rochester zei dat de nieuwe inzichten de afwegingen voor bepaalde patiënten zullen veranderen, specifiek noemde hij patiënten met spinale musculaire atrofie. Onderzoekers hopen nu beter te begrijpen wanneer en waarom AAV's tumoren kunnen veroorzaken, zodat veiligere varianten kunnen worden ontworpen.
Wat nu?
De bevindingen gelden niet voor alle gentherapieën gelijk. Welke toepassingen het meest risico dragen, en hoe het risico verminderd kan worden bij het ontwerpen van de volgende generatie therapieën, is onderwerp van lopend onderzoek. Reguleringsdiscussies over hoe dit risico gewogen en gecommuniceerd moet worden, zijn al gestart.
Zoektermen om verder te zoeken: adeno-geassocieerd virus oncogeniciteit, AAV gentherapie tumorrisico, virale vectorintegratie kanker