Somatostatine: Het vergeten neuropeptide dat Alzheimer-symptomen aanpakt
Decennia van Alzheimer-onderzoek richtten zich op amyloïd-beta en tau. Een nieuwe studie kijkt naar een ander eiwit en vindt verrassende resultaten bij muizen.
Alzheimer wordt gekenmerkt door twee soorten eiwitophopingen in de hersenen: plakken van amyloïd-beta tussen neuronen, en kluwens van tau-eiwit erbinnen. Vrijwel alle grote klinische trials van de afgelopen twintig jaar richtten zich op het verwijderen of voorkomen van deze ophopingen. De resultaten waren teleurstellend. Tot dat recentelijk twee anti-lichaam therapieën enig effect toonden. Zij het bescheiden en met aanzienlijke bijwerkingen.
Ondertussen zoeken andere onderzoeksgroepen naar aangrijpingspunten die verder stroomopwaarts liggen: factoren die de hersenen vatbaar maken voor de ziekte, of die voortgang kunnen vertragen, zonder de amyloïd-cascade te hoeven aanpakken.
Somatostatine: een vergeten speler
Somatostatine is een klein signaalmolecuul dat door neuronen wordt geproduceerd dat bekend staat om zijn remmende werking op hormoonafgifte en actief is in de hersenen zelf. Bij Alzheimer-patiënten zijn de somatostatine-niveaus in de hersenen verlaagd, maar dit feit verdween decennia geleden grotendeels uit de wetenschappelijke aandacht.
Een nieuwe studie, besproken op Lifespan.io, onderzocht opnieuw de rol van dit peptide in een muismodel van Alzheimer. De onderzoekers lieten somatostatine-genen overmatig tot expressie komen in hersencellen. De resultaten waren opmerkelijk: de amyloïd-beta-last nam af, neuro-inflammatie (chronische, laag-gradige ontsteking in hersenweefsel) daalde meetbaar, en de cognitieve prestaties van de muizen verbeterden op geheugentests.
Al bestaande medicijnen, nieuw doelwit
Het bijzondere aan dit onderzoek is de therapeutische implicatie: er bestaan al geneesmiddelen die de somatostatine-signaalroute beïnvloeden, waaronder analogen die in de kliniek worden gebruikt voor andere aandoeningen. Dat betekent dat het pad naar klinische toepassing potentieel korter is dan bij een volledig nieuwe moleculaire doelstelling.
Maar de vertaalslag van muis naar mens is notoir lastig, zeker in Alzheimer-onderzoek. Tientallen veelbelovende resultaten met muizen hebben de overstap naar klinische trials niet overleefd. De vraag is of de somatostatine route in het menselijk brein op vergelijkbare wijze functioneert. En of een verhoging ervan veilig is over langere termijn. Somatostatine heeft immers effecten verspreid over het hele lichaam, niet alleen in de hersenen. Dat maakt precisie bij toediening een aanzienlijke uitdaging.