Een gentherapie laat het hart zichzelf beter herstellen na een hartaanval
Na een hartaanval gaat een deel van het hartspierweefsel verloren — en dat weefsel groeit niet terug.
Het eiwit heet NPPA, ook wel bekend als atriaal natriuretisch peptide. Het wordt van nature aangemaakt door hartcellen en speelt een rol bij het reguleren van bloeddruk en vochtbalans. Maar onderzoekers ontdekten dat NPPA ook hartcellen aanzet tot deling — een zeldzame eigenschap, want hartspierweefsel heeft een uitzonderlijk lage regeneratiecapaciteit. Bij volwassen zoogdieren is het hart praktisch onvermogend om zichzelf te repareren na schade.
De therapie werkt via een slim principe: een kleine hoeveelheid genetisch materiaal wordt geïnjecteerd in vetcellen, die vervolgens als kleine fabrieken gaan fungeren en NPPA continu in de bloedbaan afgeven. Dat omzeilt een van de grote technische problemen bij gentherapieën voor het hart: het is moeilijk en risicovol om genetisch materiaal direct in hartcellen te brengen. Via vetweefsel kan het met een veel lagere dosis en met minder bijwerkingen.
De uitdaging van het niet-herstellende hart
Hartaanvallen zijn wereldwijd een van de voornaamste doodsoorzaken. Mensen overleven ze steeds vaker dankzij betere acute zorg, maar de schade die achterblijft — dood hartspierweefsel dat vervangen wordt door littekenweefsel — leidt op de lange termijn tot hartfalen. Dat proces verloopt geleidelijk maar onverbiddelijk: het hart pompt minder efficiënt, raakt overbelast, en geeft het uiteindelijk op. Hartfalen is een van de grootste oorzaken van ziekenhuisopnames en sterfte bij ouderen.
Bestaande behandelingen — medicijnen, pacemakers, harttransplantaties — behandelen de gevolgen maar keren de schade niet om. Regeneratieve therapieën, zoals het gebruik van stamcellen, hebben in klinische trials tot nu toe teleurgesteld. De NPPA-aanpak is anders: in plaats van nieuwe cellen in te brengen, stimuleert het de bestaande hartcellen om zich te delen en verloren weefsel aan te vullen.
Veelbelovend, maar nog vroeg in het proces
De resultaten komen vooralsnog uit diermodellen. Bij muizen en ratten leidde de behandeling tot meetbare toename van hartceldeling en verbeterde hartfunctie na een kunstmatig opgewekte hartaanval. Of dat vertaalt naar mensen is onbekend. De menselijke hartcel deelt sowieso al minder dan die van muizen — dat de drempel om celdeling te induceren hoger ligt bij mensen, is een reëel obstakel.
Toch is de technische aanpak — vetweefsel als platform voor langdurige eiwitsecretie — breed toepasbaar. Andere onderzoeksgroepen werken aan vergelijkbare strategieën voor andere eiwitten en andere aandoeningen. Als het platform werkt, kan het niet alleen van belang zijn voor hartpatiënten, maar ook voor het bredere veld van leeftijdgerelateerde degeneratieve ziekten.