Wat is de beste manier om vitamine B12 te meten?
Serum B12 alleen meten mist te vaak een echt tekort; combineer het bij twijfel met MMA en houd rekening met je nierfunctie en eventuele suppletie.
Serum B12 alleen meten geeft een onvolledig beeld. Ongeveer de helft van de mensen met een subklinisch tekort heeft toch een 'normale' uitslag. Je kunt dus een tekort missen als je alleen dit getal bekijkt.
Twee aanvullende markers zijn gevoeliger: methylmalonzuur (MMA) en homocysteïne. Beide stijgen vroeg als het lichaam te weinig B12 goed kan gebruiken, al voordat serum B12 zelf afwijkend is. In de dagelijkse praktijk is de combinatie van totaal serum B12 én MMA het meest bruikbaar: een laag B12 geeft een eerste aanwijzing, een hoog MMA bevestigt het tekort. Houd daarbij rekening met de leeftijd en nierfunctie van de persoon, want een verminderde nierfunctie verhoogt MMA ook onafhankelijk van B12.
Een andere optie is holotranscobalamine, het deel van B12 dat werkelijk beschikbaar is voor de cellen. Uit een studie bij 231 gezonde ouderen bleek holotranscobalamine sterker samen te hangen met meetbare neurologische veranderingen dan het totale serum B12. Toch zijn ook deze aanvullende markers niet perfect: ze geven wisselende resultaten en de diagnostiek van B12-tekort blijft lastig, ook als je meerdere markers combineert.
Een opvallende bijkomstigheid: een onverwacht hoge B12-waarde is meestal onschuldig, maar kan soms wijzen op onderliggende kanker. Het hoge getal wordt dan veroorzaakt door meer draageiwitten in het bloed, niet door meer beschikbaar B12. Een speciale laboratoriumtechniek die vroeger werd gebruikt om dit verder uit te zoeken, geeft te vaak misleidende uitslagen en wordt inmiddels afgeraden.
Gebruik je al hoge doses B12-supplementen? Dan heeft een bloedtest op dat moment weinig zin: de uitslag wordt vertekend door wat je net hebt ingenomen. Stoppen met suppletie en daarna opnieuw meten geeft een betrouwbaarder beeld. Tot slot suggereert hetzelfde ouderenonderzoek dat zelfs waarden binnen het huidige 'normale' bereik al gepaard kunnen gaan met neurologische veranderingen, zowel aan de lage als de hoge kant. Of de gehanteerde normaalgrens aanpassing verdient, staat nog ter discussie.
Gebaseerd op twee klinische overzichtsstudies en één observationele studie bij 231 gezonde ouderen. Geen RCT's beschikbaar; al het bewijs is associatief van aard.