Ademhalingsvirus beschadigt celpoortjes en verlamt motorische zenuwen
Een veelvoorkomend ademhalingsvirus kan bij sommige kinderen de motorische zenuwen aantasten. Nieuw onderzoek laat zien hoe: het virus beschadigt de poortjes van de celkern.
Enterovirus D68 (EV-D68) is een virus dat normaal gesproken luchtwegklachten veroorzaakt. Maar bij een deel van de geïnfecteerde kinderen leidt het tot acute slappe myelitis (AFM), een ernstige aandoening waarbij motorische zenuwen uitvallen en spieren verlammen. Onderzoekers wilden begrijpen waarom dit virus zo specifiek motorische zenuwcellen (motorneuronen) raakt.
Ze richtten zich op het nucleair porie-complex (NPC): een structuur in het membraan rondom de celkern die bepaalt wat de cel in- en uitgaat. Het NPC fungeert als een soort douane voor de cel. De studie, gepubliceerd in eLife, toont aan dat een specifiek eiwit van EV-D68, het 2A-protease, dit porie-complex beschadigt door twee eiwitten erin direct te knippen: Nup98 en POM121.
Verbinding met veroudering van zenuwcellen
Dit is niet alleen interessant voor de behandeling van AFM. Storingen in het nucleair porie-complex zijn ook in verband gebracht met neurodegeneratieve ziekten zoals ALS (amyotrofische laterale sclerose). Bij veroudering raken de NPC-structuren vaker beschadigd of disfunctioneel. Het mechanisme dat EV-D68 gebruikt, lijkt op processen die ook bij gewone zenuwcel-veroudering een rol spelen.
De onderzoekers testten ook een mogelijke bescherming. Een remmende stof genaamd telaprevir bleek de giftigheid van het 2A-protease voor motorneuronen te verminderen, zonder de virusreplicatie zelf volledig te blokkeren. Dit suggereert dat het protease zelfstandig schade aanricht, los van het virus.
Wat dit opent voor therapie
De bevinding dat het 2A-protease onafhankelijk toxisch is voor motorneuronen, biedt een mogelijk aanknopingspunt voor therapie. Zowel voor AFM als voor bredere vormen van motorneurondegeneratie. Of telaprevir of vergelijkbare stoffen klinisch inzetbaar zijn, moet verder worden onderzocht. De studie is gebaseerd op celmodellen en stamcellen, niet op klinische data bij patiënten.