Twee oude kankermedicijnen blijken beter dan een nieuwere rivaal bij het opruimen van versleten cellen
In ruggenwervelschijven die langzaam degenereren, presteerden twee goedkope, oudere geneesmiddelen — dasatinib en quercetine — beter dan een veel duurder en nieuwer middel.
Naarmate we ouder worden, hopen zich in ons lichaam zogeheten senarescente cellen op. Dit zijn cellen die niet meer delen, weigeren te sterven en een cocktail van ontstekingsstoffen uitscheiden. Wetenschappers noemen dit het ‘senarescente secretoom’. Simpel gezegd: versleten cellen die hun buren ziek maken. In gewrichten, spieren, organen en wervels stapelen ze zich op en dragen zo bij aan de typische aftakeling van ouderdom.
Om die cellen te verwijderen is een klasse geneesmiddelen ontwikkeld die senolytica worden genoemd. Dit zijn middelen die senarescente cellen selectief opruimen. De bekendste zijn dasatinib (een leukemiemedicijn) en quercetine (een plantenstof die ook als supplement wordt verkocht). Samen vormen ze de combinatie D+Q, die al jaren wordt onderzocht. Navitoclax is een nieuwer, krachtig senolyticum dat in laboratoriumstudies indrukwekkende resultaten boekte, maar ook ernstige bijwerkingen kent — waaronder bloedplaatjesafbraak.
Ruggenwervelschijven als testterrein
In een muismodel van degeneratie van tussenwervelschijven — de schokdempers tussen de wervels die bij mensen rugpijn en herniaklachten veroorzaken — werden alle drie de middelen vergeleken. De uitkomst was verrassend: D+Q deed het beter dan navitoclax op vrijwel alle gemeten parameters. De schijven behielden meer structuur, de ontstekingsmarkers waren lager, en het weefsel zag er gezonder uit.
Dat is relevant om meerdere redenen. Ten eerste bevestigt het dat de D+Q-combinatie, ondanks zijn leeftijd als onderzoeksonderwerp, nog steeds een serieuze kanshebber is voor klinische toepassingen. Ten tweede gooit het vraagtekens bij de aanname dat nieuwer automatisch beter is in de senolytica-wereld. Navitoclax heeft een scherpere werking tegen bepaalde celtypen, maar dat vertaalt zich niet altijd naar betere resultaten in complexe weefsels.
Van muizen naar mensen: voorzichtigheid geboden
De onderzoeken lopen bij muizen, en de sprong naar menselijke patiënten is groot. Tussenwervelschijven bij mensen zijn anders van samenstelling, groter, en staan onder andere mechanische belasting. Wat in muizenwervels werkt, hoeft in menselijke ruggen niet hetzelfde effect te hebben.
Toch zijn er al vroege humane studies met D+Q gaande — onder andere bij ouderen met zwakte en bij nierpatiënten. De veiligheidsprofielen zien er tot nu toe acceptabel uit. Of senolytica ooit standaardzorg worden voor rugklachten of breder verouderingsgerelateerde aandoeningen, is nog verre toekomst. Maar het bewijs dat de goedkoopste en oudste combinatie nog steeds bovenaan staat, is een opmerkelijke uitkomst in een veld dat steeds verder optimaliseert.