longevitywatch
Onderzoek · Hersenen & geheugen

Tieners zijn minder geneigd samen te werken dan volwassenen, en het ligt niet alleen aan hun hersenen

Redactie LongevityWatch · 4 april 2026 · 2 min

Tieners zijn al langer bekend als minder coöperatief dan volwassenen. Nieuw onderzoek onthult nu wat er zich binnenin afspeelt: het is niet alleen dat ze slechter zijn in het inschatten van anderen, ze stellen ook simpelweg hun eigen belang hoger.

De studie, gepubliceerd in eLife, liet jongeren en volwassenen een herhaald gevangenendilemma spelen, een klassiek speltheoretisch experiment waarbij je de keuze hebt om samen te werken of jezelf te bevoordelen ten koste van de ander. Samenwerken levert meer op voor beiden, maar vraagt vertrouwen. Tieners werkten stelselmatig minder samen, ook na eerdere positieve ervaringen met de andere speler. Dat suggereert dat het niet alleen gaat om onvermogen, maar ook om motivatie.

Eerder werd de verminderde coöperativiteit van adolescenten grotendeels toegeschreven aan onvolgroeide mentalizing, het vermogen om je in te leven in de gedachten en intenties van anderen. De prefrontale cortex, het hersengebied dat daarvoor verantwoordelijk is, is pas volledig volwassen rond het vijfentwintigste levensjaar. Maar de nieuwe studie voegt een laag toe: zelfs wanneer tieners wel in staat zijn om de cooperatieve intentie van een ander in te schatten, kiezen ze er vaker voor zichzelf voorrang te geven. De interne berekening is anders, niet alleen het vermogen.

Wat dit zegt over adolescent gedrag

Dit onderscheid heeft gevolgen voor hoe we denken over risicogedrag en sociale beslissingen in de adolescentie. Als het puur om hersenonrijpheid ging, zou meer informatie of bewustwording volstaan als interventie. Als eigenbelang een zelfstandige factor is, dan vraagt dat om andere benaderingen, contexten creëren waarin samenwerking vanzelfsprekender wordt, of de voordelen ervan concreter en directer zichtbaar zijn.

Wat de studie ook laat zien: tieners reageerden sterker op eerdere tegenwerking door de andere speler. Als iemand hen één keer benaderde, was de kans aanzienlijk groter dat ze daarna weigerden samen te werken. Volwassenen herstelden vaker na zulke episodes. Dat patroon kan wijzen op een sterkere gevoeligheid voor sociale afwijzing of verlies bij adolescenten, wat aansluit bij bestaande kennis over pubergedrag, maar nu mechanistisch beter onderbouwd wordt.

Relevantie voor longevity?

Op het eerste gezicht lijkt dit ver van verouderingsonderzoek af te staan. Maar sociale verbondenheid en de kwaliteit van sociale relaties zijn twee van de best gedocumenteerde factoren voor gezond en lang leven. De bereidheid om samen te werken, en de hersenbiologie die dat stuurt, begint zich in de adolescentie te vormen. Begrip van die ontwikkeling kan helpen verklaren waarom sommige mensen op latere leeftijd meer sociaal geïntegreerd zijn dan anderen, en welke mechanismen daaraan ten grondslag liggen.

Read the original article

Wat zegt het bewijs hierover?
Waarom werkt je geheugen minder goed als je ouder wordt?
Ja · Redelijk bewijs
Gerelateerd onderzoek
03 aug
Slapend brein onthult dementierisico decennia eerder
03 aug
Slaapgen bepaalt wie kwetsbaarder is voor Alzheimer
03 aug
Ontstekingscellen in het brein verjongen bij veroudering
Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte

Twee keer per week het belangrijkste longevity-onderzoek in je inbox.