Schedelbeenmerg verandert meetbaar bij verouderen bij mensen
Hersenscanners worden gemaakt voor de hersenen, maar ze bevatten ook informatie over de botten van de schedel. Onderzoekers gebruikten bestaande MRI-scans om het vetgehalte in het beenmerg van de schedel te meten op grote schaal. Dat gehalte verandert sterk met leeftijd, en heeft genetische correlaties met Parkinson.
Bij mensen van middelbare leeftijd maakt beenmergvetweefsel 50 tot 70 procent uit van het totale beenmergvolume. Met de leeftijd neemt het vetgehalte daarin toe. Bij vrouwen stijgt het vetgehalte na de menopauze versneld. Onderzoekers ontwikkelden een kunstmatige neurale netwerk dat het vetgehalte in het schedelbeenmerg (ook wel calvariale beenmergvettigheid, of BMA, genaamd) automatisch kan meten uit T1-gewogen MRI-scans, een beeldvormingstechniek die veelgebruikt is in neuroimaging.
41 genetische locaties gevonden
De onderzoekers, wier bevindingen zijn gepubliceerd in eLife, identificeerden 41 genetische locaties die significant geassocieerd zijn met het vetgehalte in schedelbeenmerg. Zes daarvan waren specifiek voor mannen of vrouwen. De erfelijkheid van het kenmerk bleek hoog, zowel in tweelingstudies als in analyses van genetische varianten (single-nucleotide polymorphisms).
Verband met Parkinson en cognitie
Uit genetische correlatieanalyses bleek dat schedelbeenmergvettigheid samenhangt met cognitief vermogen en met Parkinson. Die correlaties zijn intrigerend, schrijven de onderzoekers, gezien de recent ontdekte directe kanalen die schedelbeenmerg verbinden met het hersenomhulsel (de meningen). Via die kanalen worden stoffen uitgewisseld. Of dat biologische verband de genetische correlaties verklaart, is echter niet vastgesteld.
Zoektermen om verder te zoeken: calvariale beenmergvettigheid MRI veroudering | beenmerg adipositas genetische architectuur | calvariale kanalen meningen hersenen